SAMHAIN neemt afscheid van Maastricht met onvergetelijke topeditie
SAMHAIN FESTIVAL – 24 en 25 oktober 2026 – Muziekgieterij, Maastricht
Nadat SAMHAIN FESTIVAL uit Hasselt moest vertrekken wegens het verdwijnen van de Muziekodroom, verhuisde men vier jaar geleden naar Nederlands Limburg, waar ze zo mogelijk nog centraler zaten en ook de Duitse metalfans konden bereiken. Een goede zet, want de Maastrichtse Muziekgieterij bleek in alle opzichten een stap vooruit: vlak bij het stadscentrum, ruim voldoende parkings en (wat natuurlijk het belangrijkste is) een zalencomplex dat knap georganiseerd is, in elke zaal een goed geluid biedt en ook nog eens supergezellig is. Sinds 2025 heeft het festival echter ook een voorjaarseditie in de Trix in Antwerpen, waar ook de thuisbasis van de organisatie is. Twee jaar lukte het om op beide locaties telkens een topaffiche bij elkaar te sprokkelen, maar aangezien het steeds moeilijker werd om zo’n stunt twee keer per jaar rond te krijgen met de alsmaar stijgende kosten van bandgages, reizen, hotels, … besloot Samhain om de locatie in Maastricht stop te zetten. Héél jammer, maar wel begrijpelijk. Het zou dus nog één keer alles geven zijn in dit hoekje aan de Maas, maar het werd dan ook een onvergetelijke topeditie!
Tekst: Morbid Geert – Foto’s: Istvan Bruggen (zaterdag) & Paul Verhagen (zondag)
ZATERDAG, MAIN STAGE
Wegens omstandigheden moesten we de eerste bands missen, maar getuigenissen van wie er wel bij waren, maakten al snel duidelijk dat we weinig misten aan Heretoir, Worm en (op het kleine podium) Head Of The Baptist. Na in de kleine zaal ruw te zijn geactiveerd door Primitive Warfare, kwamen we dus de grote zaal in om voor het eerst in ons leven VINTERLAND (8) live aan het werk te zien. Hun debuut ‘Welcome My Last Chapter’ verscheen in 1996 en het duurde tot dit jaar voor een nieuwe EP verscheen, dus het was wel érg lang stil rond hen. In hun beginjaren liepen ze wat verloren tussen de grote kanonnen van de blackened death (Dissection, Dawn, Naglfar, Necrophobic), maar nu waren ze dan toch eens van onder hun steen vandaan gekomen en dat bleek een goede zaak. Ondanks die jaren van afwezigheid kwam hun set allesbehalve roestig over en wisten ze moeiteloos het publiek voor zich te winnen met aanstekelijke melodieën, veel tempowissels met opgejaagde stukken en rustpunten, en een hele lading opzwepende riffs.
Van Lifelover werden we destijds al niet meteen wild, maar de voortzetting door hun frontman onder het motto KALL PLAYS LIFELOVER (6) kon al helemaal aan onze anus corroderen. Op muzikaal gebied was hun depressed suicidal black metal vaak nog net te pruimen en dat was nu live ook zo, maar van zodra frontman Kim Carlsson in het spel kwam, was het voor ons om zeep. Zijn raspende krijsen gingen door merg en been en overschreden de pijngrens, waarnaast hij met zijn rare sprongetjes en handjeklap behoorlijk cringe uit de hoek kwam. Een vreemd contrast trouwens met zijn levensmoede teksten en ongetwijfeld is dat zo bedoeld, maar het kwam echt niet over. Al leken veel mensen het duidelijk wél cool te vinden …
Balancerend op het slappe koord van genialiteit en pure waanzin, betraden we de wondere wereld van ORANSSI PAZUZU (9). ‘Follow the white rabbit, zoals Alice in Paddoland’, zo kon je deze duistere trip nog het beste omschrijven. Was het gecontroleerde chaos of liet men de controle net los, om niettemin even dodelijk efficiënt onze geesten collectief over te nemen? Black metal, noise rock, EBM, triphop en Krautrock werden versmolten tot een meeslepend geheel dat je nog meer overneemt dan hun fantastische platen dat al doen. Inmiddels zagen we de band al een tiental keer, waarbij opviel dat ze telkens weer een stapje gegroeid zijn.
Lees verder onder de foto
En wat we al minstens evenzeer weten te waarderen, is hoe hun composities live ook steeds een ietsje andere vorm aannemen in plaats van de studioversie klakkeloos te volgen. Als je dat kan realiseren en terwijl de zaak in de fik kan steken met zo’n wervelende podiumprésence (vooral gitarist en toetsenist Ikon is een niet te stuiten hyperkineet!), dan ben je groots bezig! Resultaat: een totaal uitzinnig publiek dat ofwel de benen van onder het lijf danste, ofwel als een gek aan het headbangen was. Wat ons betreft, was dit dé band van de dag, hoe goed de Wolven later ook nog zouden zijn.
Want jawel, na die waanzin kregen we nog een zeer puike afsluiter in de vorm van WOLVES IN THE THRONE ROOM (9). Deze zomer waren we teleurgesteld over hun set op GMM, waar ze niet meteen tot hun recht kwamen op het gigantische Marquee-podium en waar hun sfeerelementen (ambient intermezzo’s, wierook, kaarsen, …) ook in het niet vielen. Dat bleek vandaag helemaal anders, want de Wolves stonden hier als terechte headliners die ons trakteerden op een uur lang Cascadian black metal op zijn best.
Lees verder onder de foto
Daarbij zetten ze meteen in met ‘Estuary’, de titelsong van hun nieuwe plaat die daags voordien verscheen, waarna we een heel sterk carrière-overzicht kregen met songs die de meeste albums overspanden. Daarbij was één van de hoogtepunten zeker ‘The Old Ones Are With Us’ (dat op plaat werd meegezongen door Neurosis’ Steve Von Till en nu deels gezongen werd door bassist Galen Baudhuin), al ging het dak er natuurlijk pas echt af bij de afsluitende klassieker ‘I Will Lay Down My Bones Among The Rocks And Roots’. Indrukwekkend hoe strak de band op elkaar ingespeeld was, al waren er slechts twee eerdere shows op deze tournee voorafgegaan. Klasse!
ZATERDAG, SMALL STAGE
Voor ons was PRIMITIVE WARFARE (7) een zeer ruw ontwaken. Er stonden enkel een drummer en een growler/gitarist op het podium, maar wat een bak herrie konden die twee produceren, zeg! Nul melodie, nul ingehouden momenten, gewoon tegen 200 bpm doorhameren, in de stijl van Blasphemy, Antichrist Siege Machine of Revenge. ‘War metal’ ofte black/death met een grindrand dus, waarvan je ofwel wild wordt, ofwel heel hard gaat weglopen. Wij waren er snel op uitgeluisterd, al was collega Fre een andere mening toegedaan.
De IJslandse jongelingen van MÚR (8) zagen we drie jaar geleden voor het eerst aan het werk op Soulcrusher, maar waar ze toen een belofte waren, zijn ze nu uitgegroeid tot een volwassen band met een sterke podiumperformance. De progressieve post-metal van weleer is tegenwoordig geëvolueerd tot een meer modern geluid, vol vette en laaggestemde grooves en djenty ritmes die neigden naar Meshuggah of Hippotraktor. Zeer opvallend was ook de keytar van frontman Kári (in de vorm van een groot kapmes), waaruit hij de meest geflipte effecten tevoorschijn toverde. Live was zijn klare zang hier en daar nog wel voor verbetering vatbaar, maar zingen kan de man wel. Deze jonge honden speelden enorm strak en overweldigend, waarbij ze het hele publiek mee hadden. Geen simpele prestatie, want tenslotte was Múr toch de vreemde eend in de bijt tussen zoveel old school bands.
Veel botter dan FINAL DOSE (7,5) wordt het niet. Het Engelse vijftal gaf er vanaf het eerste akkoord een keiharde lap op met lompe, brute en primitieve punk-black metal. Dat bleek precies wat ze vooraan nodig hadden, want vanaf het eerste nummer ontstond daar een (bescheiden) slampit. Originaliteitsprijzen werden hier niet gescoord, maar als je houdt van de baldadigheid van bands als Midnight, dan stond je hier echt wel op je plaats. Een eerlijke energieopstoot die je alle hoeken van de kamer liet zien. Opvallend was dat de band wel 50 minuten toebedeeld kreeg, maar al na minder dan een half uur met geheven middenvinger het podium afstapte. Maar ze hebben dan ook niet meer songs dan dat …
Met UNREQVITED (7) hadden we het altijd een beetje moeilijk. Mocht dit soloproject van de Canadese multi-instrumentalist William Melsness (live voorzien van een begeleidingsband natuurlijk) het louter instrumentaal houden, dan zouden we de melodieuze, met shoegaze gelardeerde post-black metal zeker kunnen waarderen. Al zeker omdat ze evenveel ruimte lieten voor knappe introspectieve stukken als voor passages waarin ze helemaal loosgingen en de vaart flink opdreven. Het probleem stelde zich echter wanneer William zijn strot openzette, net als op zijn platen. Hij ziet zijn stem als een extra instrument en dat is allemaal goed en wel, maar als je je dan beperkt tot enkel langgerekte hoge krijsen waarvoor zelfs Dani Filth zich zou schamen … Die laatste heeft dan tenminste nog echte teksten. Op de laatste Unreqvited-plaat ‘A Pathway To The Moon’ is hieraan gewerkt, maar live stonden er helaas heel wat oudere songs op de setlist die dit euvel in de verf zetten. Hopelijk komt er een tijd waarin dat niet langer meespeelt, maar voorlopig waren we niet onverdeeld tevreden.
ZONDAG, MAIN STAGE
Het was nog relatief vroeg op de dag dat we met VEMOD (9) één van de hoogtepunten van de zondag voorgeschoteld kregen. Helaas brengen deze Noren amper platenwerk uit, want sinds hun oprichting in 2000 zijn er maar twee albums verschenen. Gelukkig zijn dat beide erg sterke releases, waarvan vooral de songs van hun recentste ‘The Deepening’ met verve gebracht werden op het podium. We werden als het ware ondergedompeld in de allesomvattende, atmosferische, doch grauwe black metal van Vemod, die naar goede gewoonte voorzien was van de nodige psychedelische en kosmische aspecten. Maar hoe sfeervol het ook allemaal klonk, toch was er ook steeds de dwingende strot van Eskil Blix die hen mee in de typerende aanpak van de Trondheim-scene houdt. Vandaag leek een beetje ‘de Noorse dag’, gezien ook Gehenna en Mork speelden, maar het was wel duidelijk dat Vemod hun landgenoten met de vingers in de neus naar huis speelde.
DER WEG EINER FREIHEIT (9) had zich geen betere intro kunnen bedenken dan Dead Can Dance. Ze maken dan wel deel uit van een compleet andere muzikale tak, maar ze delen wel dezelfde duistere kant en emotionele diepgang. Ze zijn al lang heel goed bezig, maar hun recentste albums ‘Noktvrn’ en ‘Innern’ zijn ‘next level’ post-black zonder meer. Weinigen kunnen eraan tippen en ook live maakten ze hun rol weer helemaal waar. Wat een lap gaven ze erop vanaf opener ‘Marter’, zeg! We kregen kippenvel van hoe de band, aangevoerd door zanger/gitarist Nikita Kamprad, ondanks het razende tempo toch weer zoveel gevoel wist te leggen in de muziek. Tussen alle razernij door was er ook ruimte voor een ingetogen moment om op adem te komen in de vorm van ‘Immortal’, waarvan de melancholie ons helemaal omzwachtelde alvorens ‘Eos’ het tempo weer de hoogte in joeg. Iemand noemde het ‘haast te perfect’, maar wij houden het op een stel rasmuzikanten die geweldig op elkaar zijn ingespeeld. Al zou nog ietsje dichter bij de perfectie inderdaad griezelig zijn. Wij vroegen ons trouwens af of drummer Tobias Schuler geen cyborg is, zo relaxed en afgemeten zulke waanzinnige roffels voortbrengen zonder een drupje zweet te verspillen!
Halfweg de jaren 90 stond GEHENNA (8) mee in de frontlinie van de tweede Noorse black metalgolf. Ze brachten een stel zeer verdienstelijke platen uit, maar raakten om onbekende reden het spoor wat bijster en verdwenen na het matige ‘Unravel’ in 2013 van het toneel ... tot voor kort. Door de opwarming van de aarde zou het ijsblok gesmolten zijn dat ze zelf hadden gegenereerd met hun ijskoude sound ... al is dat gerucht vooralsnog niet bevestigd. We weten evenmin of er nog plannen zijn voor nieuw werk, dan wel of ze nu een legacy band zijn, feit is wel dat ze hun oudste werk hadden bovengehaald voor een trip down memory lane: de EP ‘First Spell’ en hun volwaardige debuut ‘Seen Through The Veils Of Darkness (The Second Spell)’. Net als vroeger hadden ze allen flink corpsepaint op, iets wat je enkel nog bij dit soort oldschool bands lijkt te zien. De grimmige sfeer doorstond de tand des tijds, maar even belangrijk waren de keyboards die voor een zekere contrasterende speelsheid zorgden, maar ook voor mystiek en grandeur. ‘The Eyes Of The Sun’ was een uitzondering in de set met zijn spreidstand tussen lange, traag stompende riffs en het plotse crescendo tot de meters in het rood stonden, om van daar weer af te dalen. Naar hedendaagse begrippen waren de songs misschien wat eenvoudig of haast naïef, maar dat neemt niet weg dat ze na drie decennia nog steeds overeind bleven.
We moeten eerlijk zeggen dat de laatste drie keer dat we PARADISE LOST (8) aan het werk zagen, we het maximaal vier songs volhielden alvorens de saaiheid ons te veel werd. De band leek toen ook enkel verveling uit te stralen, zo leek het althans. Nu zullen ze nooit zonnetjes in huis worden, maar ze leken plots weer met veel goesting op het podium te staan en dat vertaalde zich uiteraard in de muziek. Na twee songs kwam ‘Gothic’ al voorbijwaaien, gevolgd door ‘As I Die’. Dat deed ons (en de rest van het publiek) veel deugd, zeker toen Nick Holmes nog grapte dat die laatste song was geweigerd als openingssong voor de Olympische Spelen, omdat het ‘net iets te negatief’ was. Helaas zette wat ons betreft het saaie ‘Faith Divides Us – Death Units Us’ een domper op de pret, al was het publiek een pak ruimhartiger dan wij en zongen velen luidkeels mee. Wellicht zullen we nooit meer dezelfde band hebben met Paradise Lost als in onze jeugdjaren, maar het was alleszins een verademing om te zien dat ze weer ontwaakt waren en er weer echt stonden.
ZONDAG, SMALL STAGE
De Engelse horde van WODE (8) is geen band die je vaak op de podia ziet, dus waren we erg benieuwd naar hoe hun pagan heavy/black metal live zou overkomen. Hun platenwerk is tenslotte de moeite … Hun typisch Britse sound bleek aanstekelijk te zijn, waarbij de glorieuze heavy metal leads ons mee op sleeptouw namen en niet meer loslieten. Initieel leek er wel net iets te veel op midtempo te worden gespeeld, maar gaandeweg werd er toch een tandje of drie bijgestoken, wat de dynamiek van hun set zeker ten goede kwam. We mochten dan ook met een positief verdict afsluiten.
De HESSIAN (7) die geprogrammeerd stond, mag je niet verwarren met de drie Amerikaanse naamgenoten die je op Encyclopedia Metallum tegenkomt. Het combo uit Kortrijk draait rond leden van o.a. Amenra, Wiegedood en The Black Heart Rebellion, maar bleek een heel andere aanpak te hebben. De woeste en schuimbekkende mix van hardcore, een vleug death en black metal, en vooral veel crust kwam keihard binnen. Heel energiek en rauw dus, iets wat fans van Nails of All Pigs Must Die zeker in vervoering bracht en wat zeker tot de betere dingen in het genre behoorde. Tegelijk liepen ze ook snel tegen de beperkingen van het genre aan, waardoor het allemaal ook snel een herhalingsoefening en dus eentonig werd.
Na de old school Norwegian black metal van Gehenna kregen we in de kleine zaal nog een surplus in het genre met MORK (7). Hoewel ze al zeven platen op zak hebben, staan ze zelden ergens live te spelen, waardoor er enorm veel belangstelling was voor de ‘kleine zaal-headliner’. Voor de fans van Darkthrone, Carpathian Forest , Khold of Tulus was dit zeker niet verkeerd, maar aan de andere kant was hun set ook niet bepaald opzienbarend of bijzonder. Er gebeurde bitter weinig op het podium, alles bleef een beetje in hetzelfde stramien voorthobbelen. En oké, dit is zeker een goede middenmoot-band te noemen, maar tegelijk niet wat we verwachtten van een afsluiter.