... / Story's / Markant / ARCHITECTS: Muzikale moed
Markant

Updated 04/04/2025

Markant

ARCHITECTS: Muzikale moed

Er lijkt geen plafond te zijn dat ze niet opnieuw doorbreken. Ook dit jaar is de groeispurt van Architects niet te stoppen. Oprichter, drummer, songschrijver en bezieler Dan Searle heeft elke storm al doorstaan. Simpeler wordt het er niet op, volgens hem. Hun legioen fans blijft groeien, maar dit gaat gepaard met kritiek. Er valt heel wat te ontleden uit hun nieuwe lading frisse, gewaagde, gelaagde en vooral ijzersterke metalcore.

In 2021 brachten jullie ‘For Those That Wish To Exist’ uit, waarmee een nieuwe versie van Architects werd geboren. De plaat sloeg in als een bom en vier jaar later zijn jullie nog steeds op dat elan verder aan het knallen.

‘Dat was inderdaad een belangrijk punt in onze carrières. Het is moeilijk om te beschrijven hoé we juist zijn veranderd, want zowel ervoor als erna spelen we metalcore, maar sonisch is er daar inderdaad iets verschoven. We hebben daar iets gedaan dat duidelijk aansloeg en onze populariteit flink heeft doen stijgen. Het jaar nadien volgde met ‘The Classic Symptoms Of A Broken Spirit’ de bevestiging dat we sterk bezig waren. Je kan onze nieuwe langspeler dus zien als een verderzetting, een soort van derde deel van de trilogie, maar toch heeft elke verzameling songs een eigen identiteit. Ook nu ga je dingen tegenkomen die je nog niet eerder van ons hoorde. We proberen altijd de lat wat hoger te leggen voor onszelf. De laatste albums hebben we duidelijk wat nieuwe invloeden in onze muziek geïmplementeerd en daarvan wilden we nu de ultieme versie brengen. We zoeken dus een aantal extremen op.’

Architects © Ed Mason

Klaar voor de kritiek van de zogenoemde gatekeepers?

‘We hebben in het verleden al vaker nieuwe zaken geprobeerd en dan krijg je altijd wel wat tegenwind van de wat koppigere fans, of mensen die geloven dat zij het voor het zeggen hebben. Gelukkig zijn we al lang voorbij het stadium dat we ons zo’n zaken aantrekken. Mensen zijn heel snel bezitterig over hoe zij denken dat een band moet klinken. Als je dan buiten de lijntjes durft te kleuren, ho maar. Uiteindelijk gaan wij doen waar wij goesting in hebben en dat is wat je te horen krijgt. Als dat je niet aanstaat, is er genoeg andere muziek, denk ik. Ik heb ook het gevoel dat wij de laatste jaren beloond zijn voor onze muzikale moed. We hebben meer fans dan ooit en beginnen grote arena’s gevuld te krijgen. Dat is niet omdat we plots radiovriendelijk zijn geworden.’

Op bepaalde nieuwe nummers hebben jullie nog nooit zo meedogenloos geklonken. De laatste minuut van ‘Blackhole’ is bijna death metal, zeker met de diepe growls van Sam Carter. Dat is nieuw voor jullie. Willen jullie Sam zo blijven pushen?

‘Het grappige is: die growls zijn waarschijnlijk het makkelijkste van alles dat Sam vocaal doet. Hij moet daar écht niet zoveel moeite voor doen, in tegenstelling tot de rest. Vroeger probeerde hij af en toe al eens iets soortgelijks in de opnames en dan zeiden wij ‘hé, wil je het jezelf gemakkelijk maken?’ (lacht) Het heeft een tijdje geduurd vooraleer we dit wilden toevoegen aan onze sound, maar nu leek het te kloppen. Toen we ‘Blackhole’ schreven, begonnen we eigenlijk op een bijna komische manier. Mijn insteek was daar om gewoon een ridicuul zware metalsong te maken en een beetje over the top te gaan. Toen we dat einde opnamen, proestten we het uit van het lachen in de studio. Het ligt er zo dik op en is zó’n lekkere mokerslag.’

Een meer uitgebreide versie van dit artikel lees je in RT 230.