Updated 27/02/2026
De comeback van CLAWFINGER
In de jaren negentig werd het Zweedse Clawfinger al snel gezien als het Europese antwoord op bands als Biohazard en Rage Against The Machine. Ze verkochten miljoenen platen, maar vanaf het begin van de jaren 2000 leek de motor stilaan te sputteren. Nu maakt de band een opvallende comeback met een nieuw studioalbum én een Europese tour. Voor die gelegenheid konden we samenzitten met frontman Zak Tell. Zijn wilde haren mag hij dan kwijt zijn, zijn scherpe tong allerminst.
Met een gat van bijna negentien jaar tussen het nieuwste en het voorlaatste album kan je er niet over om te vragen waarom het zo lang geduurd heeft. ‘Het leven liep gewoon zijn gang. Er waren verschillende redenen waarom het stil werd rond de band. In december 2007 speelden we onze laatste tour, en als een groep die volledig van muziek leefde, voelden we dat het financiële einde in zicht kwam. We zijn altijd verstandig met ons geld omgesprongen, maar zelfs dan raakt het op een bepaald moment op. Na die tour was het duidelijk: de middelen waren op en voor het eerst in bijna twintig jaar moesten we weer iets doen wat we lang niet hadden hoeven doen: gaan werken. Dat is op zich niet vreemd, iedereen werkt, maar voor ons voelde het na zo’n lange tijd wel bijzonder. Het betekende meteen ook dat de dagelijkse tijd die we hadden om muziek te maken, gewoon verdween. We hadden ondertussen zeven albums uitgebracht, downloaden werd steeds groter, streaming kwam op en van albumverkoop konden we niet meer leven zoals vroeger. Het idee sloop binnen dat we misschien ons hoofdstuk geschreven hadden. Daarbovenop kwam nog iets anders: we hadden allemaal jonge kinderen. Je probeert familie, werk en band te combineren, maar in de weinige vrije tijd die je hebt, voelt het wringen om er ook nog een band tussen te proppen. Op dat moment dachten we: ‘Weet je wat? Fuck it.’ Rond 2013 hakten we de knoop door en stopten we er eigenlijk mee.’
‘Uiteindelijk duurde die pauze maar een jaar. Toen kregen we een festivalvoorstel uit Zwitserland. We dachten: ‘Ah, fuck it, één optreden dan.’ En na dat ene optreden kwam een tweede, en de zomer erna weer een paar festivals. Dan bleek het plots het 25-jarig jubileum van ‘Deaf Dumb Blind’ te zijn, dus deden we daar ook een korte tour voor. Niet lang daarna wilde onze manager langskomen voor een meeting. Hij vroeg of we het zagen zitten om een nummer te schrijven. We hadden al jaren niks nieuw gemaakt, maar het ging verrassend vlot. En zo volgden er weer festivals, nog een song, nog meer optredens en begon alles weer op gang te komen. En nu staan we hier, met een nieuw album. Niet echt ‘plots’, want het is inmiddels negentien jaar later, maar het groeide geleidelijk terug. Het verschil nu? We zijn ouder, hebben jobs, en we nemen alles een stuk luchtiger. Het gebeurt spontaner, meer vanuit: ‘Waarom niet?’ Er is nog genoeg mis in de wereld om over te schrijven.
Al die jaren heeft Zak geen blad voor de mond gehouden en vormden heel wat (wereld)problemen de leidraad. Ook nu is dat het geval. ‘We zijn twintig jaar later en er zijn nog meer problemen in de wereld. Helaas is er niets ten goede veranderd. Oké, misschien zou het nummer ‘Nigger’ vandaag anders geschreven worden. De boodschap erachter blijft even relevant en tijdloos. De uitvoering was niet tijdloos – we waren jong en naïef en begrepen de gevolgen niet – maar het leidde wel tot waardevolle discussies en bracht ons op veel bijzondere plekken. Het nummer definieert ons niet volledig, maar het blijft een belangrijk deel van wie we zijn, al spelen we het nu anders uit respect voor veranderde tijden en een nieuw politiek bewustzijn. Bewegingen zoals Black Lives Matter hebben de vraag opgeroepen of het nog aan ons is om bepaalde woorden of thema’s te gebruiken, en wij vinden van niet. Mensen mogen daarover denken wat ze willen; wij doen wat voor ons juist voelt.
Een meer uitgebreide versie van dit artikel lees je in RT 237.