Updated 02/08/2026
Meesterlijk OPETH oogst enkel superlatieven in Antwerpen
Opeth + Hällas - 30 juli 2026 - OLT Rivierenhof, Antwerpen
Eén van de meest unieke en betoverende concertlocaties van het land is ongetwijfeld het OLT Rivierenhof. Het mooie, door bomen omringde openluchttheater houdt perfect het midden tussen de intieme setting van een clubconcert en het meer open en uitbundige festivalgevoel, en is dus uiterst geschikt om de wat meer dromerige en meeslepende muziek op zwoele zomeravonden te consumeren. Ook de hardere genres gedijen er prima, want amper een week na de twee triomftochten van ons eigen Amenra was het dit keer de beurt aan de Zweedse grootmeesters van de prog death metal: Opeth. Ze kwamen er om andermaal hun jongste telg ‘The Last Will And Testament’ te promoten, maar trakteerden ons natuurlijk ook op een hoop klassiekers uit hun ondertussen imposante catalogus. Dat wij van Rock Tribune dit vanaf de (spreekwoordelijke) eerste rij wilden meemaken, sprak uiteraard voor zich.
Tekst: Frederik Cosemans - Foto’s: Istvan Bruggen
Vooraleer Mikael Åkerfeldt en de zijnen ons twee uur lang op muzikale lekkernijen zouden trakteren, kregen we eerst nog voorprogramma HÄLLAS (6) voor de kiezen geworpen. Deze eveneens Zweedse act heeft ondertussen ook al vijftien jaar op de teller en vier albums onder de arm en is op zich een gekende en gewaardeerde naam, maar voor ons persoonlijk was hun passage hier de eerste kennismaking. We hoorden een mix van vintage heavy rock en seventies prog en moesten regelmatig denken aan acts als Uriah Heep, Wishbone Ash en Camel, maar werden toch niet echt bevangen door hetgeen er werd neergezet.
Onbekend maakt natuurlijk onbemind, maar de op zich goed geschreven en uitgevoerde nummers wisten ons gewoonweg niet te raken. Ook de stem van zanger/bassist Tommy Alexandersson en de ietwat vlakke en kleurloze presentatie staken ons op den duur behoorlijk tegen, al waren er toch een flink aantal mensen aanwezig die daar anders over dachten. Het aanvankelijk karige, maar beleefde applaus werd na elk nummer krachtiger en groter, dus helemaal voor niks waren de heren toch niet afgedropen naar Antwerpen. Hoe dan ook, ons stoorde het nooit, maar het beklijfde ook geen moment.
Na een half uurtje pauze, net genoeg tijd voor een sanitaire stop, wat sociale interactie en het nuttigen van een drankje, betraden de vijf virtuozen van OPETH (9) stipt om negen uur het podium en kregen zowaar een heldenonthaal. Aftrappen deden ze met ‘§1’, de opener van het reeds eerder genoemde ‘The Last Will And Testament’. Ondanks het opvallend stille en nog niet optimaal afgestelde geluid (daar kwam na een tweetal nummers gelukkig merkbaar verandering in) werd het meteen duidelijk dat de mannen er verdomd veel zin in hadden. Het nummer fungeerde ook meteen als blauwdruk voor de rest van de avond: een even perfecte als geniale mix van ruige, complexe death metal en melodieuze, bezwerende en zo mogelijk nog complexere seventies prog.
Meteen erna schakelde Åkerfeldt over naar zijn moedertaal voor ‘Hjärtat Vet Vad Handen Gör’, een van de meest memorabele nummers van voorganger ‘In Cauda Venenum’. Het was meteen ook de laatste song die we van deze plaat voorgeschoteld kregen, want met uitzondering van het laatste wapenfeit (waarvan ook nog ‘§7’ en ‘§3’ gespeeld werden) werd een album maximaal één keer bezocht. Deze aanpak zorgde ervoor dat de show een soort ultieme bloemlezing van bijna dertig jaar Opeth werd, al zal iedereen wel zijn of haar favoriete track hebben die vandaag niet langs kwam.
Hoe dan ook, er was weinig reden tot klagen, want met ‘Godhead’s Lament’ (door Åkerfeldt als ‘obscuur’ omschreven), ‘The Devil’s Orchard’ en een bloedmooi ‘Windowpane’ kregen we stuk voor stuk topsongs toegeworpen. Uitmuntend en ontzagwekkend uitgevoerd, met veel liefde en respect door het publiek omarmd. Uiteraard sprak kapitein Åkerfeldt het publiek ook enkele malen toe en dat deed hij uiteraard op zijn eigen, gortdroge manier.
Zo noemde hij de locatie ‘very Opeth-y’, vroeg hij zich op een moment af wie er een scheet gelaten had en pochte hij (gespeeld) dat hij ooit Quorthon van Bathory had ontmoet op de bus. We zijn natuurlijk dolblij met de muzikale prestaties en verdiensten van de man, maar ergens denken we toch dat hij zijn roeping als standup comedian heeft gemist. Anyway, terug naar de muziek. Met ‘The Grand Conjuration’ en ‘Demon Of The Fall’ (het oudste nummer van de avond) kregen we een grandioos en stevig tweeluik voorgeschoteld waar de band voor het eerst écht de spierballen liet rollen. Meesterlijk!
Dat kon ook gezegd worden van ‘The Drapery Falls’ en het afsluitende ‘Hex Omega’, een nummer van ‘Watershed’ dat door Åkerfeldt andermaal als ‘obscuur’ omschreven werd, maar toch geselecteerd was omdat het gewoon ‘leuk om te spelen’ is. Om kwart voor elf verliet de band voor de eerste keer het podium, maar elke aanwezige wist natuurlijk wat er nog ging volgen.
Er was immers nog net genoeg tijd over om de gedoodverfde afsluiter en ultieme allemansfavoriet ‘Deliverance’ te brengen en dat was dan ook precies wat er gebeurde. Wat een absoluut monster van een nummer blijft dat toch en dan hebben we het niet alleen over de magistrale, ronduit tot de verbeelding sprekende outro. Grote klasse! Na de laatste noot (die overigens om klokslag elf uur gespeeld werd - Zweedse punctualiteit, iemand?) - zagen we enkel maar glunderende gezichten en werden (terecht) overal de blikken superlatieven opengetrokken. Wat een band, wat een setlist, wat een show!