... / Story's / Festivals / Het grote GRASPOP METAL MEETING verslag – Dag 4
Festivals

Updated 03/08/2022

Festivals

Het grote GRASPOP METAL MEETING verslag – Dag 4

Laatste dag van een intense vierdaagse, dan willen de benen al eens protesteren. Dat deed de weerman helaas ook door de temperaturen van de voorbije dagen zowat te halveren. Regen bleef, een paar spordische druppels niet te na gesproken, gelukkig achterwege. Vermoeide gezichten alom, maar een echte metalfan geeft niet op. Onze Rock Tribune-medewerkers uiteraard ook niet.

Teksten: Claude Bosschem - Franky Bruyneel - Frederik Cosemans - Patrick Erregat - Ief de Deurwaerder - Stef Maes - Walter Maes - Vera Matthijssens - Morbid Geert - Bart Nijssen - Bavo Reyniers - Erik Spruyt - Piet Van Coillie - Vic Van den Abeele - Wim Vander Haegen - Jochem van der Steen - Peter Vanhecke - Hans van Peppen

Foto’s: Hans Van Hoof - Gino Van Lancker – Rudy De Doncker - Tim Tronckoe

NORTH & SOUTH STAGE

Het Britse bluesy hardrockinstituut THUNDER (***) nam op zondag de rol als opener van de dag op zich. En dat deden zanger Danny Bowes, gitarist Luke Morley en co met verve. De stembanden werden goed opgewarmd met onder andere ‘Low Life In High Places’, ‘Backstreet Symphony’ en ‘Dirty Love’. Volgende keer een hogere plek op de affiche graag, want slechts drie kwartier speeltijd is veel te kort voor deze veteranen.

Crossfaith 1

De Japanners van CROSSFAITH (***) zijn ondertussen graag geziene gasten op de Europese podia. In tegenstelling tot Baby Metal is dit wel een echte band waarvan de belangrijkste leden de Engelse taal machtig zijn. De drummer, gitarist en keyboardspeler zien eruit als uit een Manga ontsnapte figuren die als bezetenen tekeergaan terwijl frontman Ken ontzettend energiek over het podium stuitert en het publiek ophitst om grotere en grotere circle pits te vormen. Dit alles zonder te vergeten om zowel zijn diepe grunts als melodieuze stem perfect te infuseren bij de mix van harde gitaarriffs en dancebeats. Ideaal om de ochtendprut van dag vier uit de oren en ogen te blazen.

Rival Sons 3

Geprangd tussen het geweld van Crossfaith en de thrash van Evil Invaders ging het er iets beschaafder aan toe met RIVAL SONS (**). Misschien een tikje te rustig voor een deel van het publiek, want iedereen hield zich gedeisd. De Amerikanen kozen ervoor om de losbandige rock even los te laten en zich te concentreren op de meer ingetogen nummers uit hun meest recente plaat ‘Feral Roots’. Door halverwege de set het rustige ‘Too Bad’, weliswaar met sterk gitaarwerk, het akoestische ‘Shooting Stars’ en het titelnummer te brengen, krijg je de weide stil op een zondagnamiddag. Muzikaal dus zeker gewaagd en een mooie afwisseling.

Evil Invaders 2

Met EVIL INVADERS (***) kreeg een groep afkomstig uit de Kempense regio het voorrecht om op het grote podium aan te treden en de speed metalband liet die kans niet onbenut. Met het nieuwe album ‘Shattering Reflection’ in de achterzak werden enkele songs daarvan gespeeld, waaronder de ballad ‘In Deepest Black’. Enigszins gewaagd, want toch wel een stijlbreuk tegenover het andere materiaal, maar frontman Joe zijn zang mocht er wezen. Echt uit het dak gaan deed het publiek wel bij de prijsnummers ‘Tortured By The Beast’, ‘Feed Me Violence’ en ‘Raising Hell’. Evil Invaders zet de verdere verovering van de wereld door.

Skillet 1

De christelijke rockers van SKILLET (**) kwamen al voor de vierde keer langs op Graspop en lijken elke keer net iets beter te worden zonder van echt imponeren te kunnen spreken. De band heeft met ‘Dominion’ een nieuwe plaat uit, maar speelde daar met slechts één nummer van. Aan energie geen gebrek, maar toch duurde het tot het hitje ‘Hero’ net voorbij halfweg de set langskwam vooraleer het publiek op de eerste rijen echt mee was. De rest van het terrein schoof de show eerder terzijde als aangename achtergrondmuziek bij de frisse pint.

Alestorm 1

Nu het wat koeler was, tekende iedereen present voor een feestje op het tweede podium. ALESTORM (**) wist dit handig aan te pakken met hun piratenmetal. Meteen de beuk erin met oudgediende ‘Keelhauled’ dat moshpits en death walls teweegbracht. Ze hielden de aandacht van het uitzinnige publiek vast met een persoonlijke toets. Zo was er een crowdsurfende rolstoelgebruiker die alle hulp kreeg om zich over de massa te bewegen en werd ‘Zombies Are My Pirate’ opgedragen aan Robbe, die drie maanden geleden zelfmoord gepleegd had. De band wist oude krakers goed af te wisselen met nieuwer werk, terwijl Christopher Bowes en zijn band nooit een vlekkeloos parcours, maar altijd een wervelende show kunnen aanbieden. Ook op deze zondag was dit het geval. Keytar, rum en de gele badeend heersten en daar was niets mis mee.

Alice Cooper 4

Liefst de helft van de maand juni stond de vierenzeventig (!) jarige ALICE COOPER (***) ergens op een Europees podium. Hulde voor deze rasentertainer uit Detroit. “Welcome To Alice Cooper’s Nightmare Castle” zo werd de legendarische zanger aangekondigd. Hierna werd toepasselijk ‘Feed My Frankenstein’ ingezet. Shockeren doet Alice al lang niet meer, maar zijn show, ook al is deze bekend onder de fans, blijft een waar spektakel. Alice komt en verdwijnt van het podium onder verschillende gedaantes. De dwangbuis, de reuzebaby, de dame met kandelaar, de guillotine, zijn onafscheidelijke hoed en stick, het hoort er allemaal bij. Alice is vocaal nog sterk en onderhoudt moeiteloos de massa die voor het podium staat. ‘Bed Of Nails’, ‘I’m Eighteen’ en megahit ‘Poison’, allen worden ze vakkundig en met veel enthousiasme gespeeld. Niet enkel Alice maar ook zijn muzikanten zijn stoer uitgedost en doen hun duit in het spektakelzakje. Het onverslijtbare ‘School’s Out’ met ‘Another Brick In The Wall’ tussenstuk zet de kroon op het werk. Mr. Cooper zit nog niet aan het einde van zijn Latijn.

The Offspring 79

Amper bekomen van Alice Cooper en daar staat de jongere bende van THE OFFSPRING (***) te trappelen om een waar feestje te brouwen. De glorieperiode situeerde zich in de jaren negentig, geen wonder dus dat net de songs uit die periode gespeeld werden. ‘Come Out And Play’ zat al vroeg in de set en hier werd gevolg aan gegeven. Moshpits en ontelbare crowdsurfers waren de logische reactie op die song. De taferelen zouden pas eindigen nadat Dexter Holland zijn laatste noot had gezongen.

The Offspring 1

Trouwens de spelvreugde droop eraf bij Dexter Holland, gitarist Noodles en de andere punkbroeders. Tijdens het heftige ‘Bad Habbit’ stak Dexter het niet onder stoelen of banken dat ze zo fantastisch onthaald werden. Daarna ging het feest van herkenning ongestoord verder. Van mijlen ver herkenbare intro’s, daar zijn de heren van The Offspring meesters in. Op de tonen van ‘Pretty Fly (For A White Guy)’ en het machtige ‘Self Esteem’ bereikte de band en het publiek zijn kookpunt. The Offspring zorgde voor amusement en bottines in je nek. Welcome back next time!

Deep Purple 2

DEEP PURPLE (**) wordt als één van de pioniers van de huidige metal en rockscene beschouwd en daarvoor alleen al verdienen ze om nog een keer op Graspop te staan. Met ‘Highway Star’ werd meteen flink gestart. Gillan doet al lang geen moeite meer om de hoge uithalen uit ver vervlogen tijd nog te reproduceren, maar kan rekenen op jarenlange ervaring om dat vakkundig op te vangen. Daarna volgde met ‘Pictures At Home’ de tweede song uit ‘Machine Head’, maar de ‘Whoosh tour’ moest uiteraard ook enkele nummers bevatten uit die plaat. ‘Nothing At All’ met het fantastische gitaardeuntje en het live-debuut van ‘No Need To Shout’ kregen die eer toebedeeld. ‘Perfect Strangers’ doet het nog altijd goed en het onvermijdelijke ‘Smoke On The Water’ zorgde zelfs voor wat meekrijsen door een anders apathisch publiek. Een beetje vreemd ook dat nieuwkomer Simon McBride zelfs niet voorgesteld werd. De Noord-Ier vervangt Steve Morse die een pauze heeft ingelast om voor zijn zieke vrouw te zorgen. McBride deed zijn taak meer dan behoorlijk, hoewel hij niet te veel de spotlichten opzocht. Afgesloten werd er met de eerste grote hitsingle ‘Hush’ en ‘Black Night’. Toch een grote kanttekening. Telkens wanneer er een beetje vaart in de set kwam, werd er besloten om er een of andere solo tussen te duwen. Hoeveel keyboardsolo’s kan een concert aan? Gelukkig was Ian Paice, 74 jaar en enig origineel lid, zo verstandig om geen drumsolo op te eisen.

The Deftones 23 83

Reikhalzend keken we uit naar de passage van DEFTONES (**). Niet alleen omdat we nog steeds ondersteboven zijn van hun laatste plaat ‘Ohms’ – toch ook alweer twee jaar geleden – maar ook omdat de band voor het eerst zo’n hoge plaats op de affiche kreeg. Geheel terecht natuurlijk, maar hoe zou het een van de grondleggers van de jaren 90 crossovermetal vergaan nu hun gitarist Stephen Carpenter standvastig antivaxer blijft en de oversteek naar Europa achter zich laat? Hij laat zich tijdens deze tournee vervangen door de onbekende Lance Jackman. Tijdens het gouden uurtje begon de band met een elektronische instrumentale intro die de toon moest zetten om dan meteen alle registers open te trekken met ‘Genesis’. Frontman Chino Moreno walste, sprong, en verkende alle hoeken van het podium, en stond zichtbaar gelukzalig te concerteren. Alleen wrong er iets met het geluid in de front waardoor het allemaal in het begin op een boeltje leek. Groot contrast met hoe genregenoten Korn het hen de dag voordien hadden voorgedaan. De gitaarroadie werkte zich in het zweet om alle problemen (gitaargeluiden die verdwijnen, statieven die omvallen,…) te fixen, maar de band trok er zich geen snars van aan.

The Deftones 27 86

Met het enthousiasme van een jong veulen werkte Deftones zich doorheen een set waar elke fan vooraf zou van dromen. Het was pas bij het schemeren van de avond – en dan hadden we klassiekers als ‘My Own Summer’, ‘Be Quiet And Drive’, ‘Digital Bath’ en ‘Around The Fur’ al gehad – dat er mede door de indrukwekkende lichtshow toch eindelijk iets van vonken naar het publiek overwaaide. ‘Rosemary’ blijft een van de mooiste nummers van Deftones ooit, net als ‘Change (In The House Of Flies)’. Toen het doek met ‘7 Words’ over het spektakel viel, had Graspop duidelijk nog niet genoeg van deze passage van Deftones. Jammer, maar hoe traag de motor ook op gang kwam, des te meer kletsen in het gezicht we naar het eind mochten incasseren. Smaakt naar meer!

Front

Bloemrijke artikelen worden in de pers gewijd aan het feit dat het nog steeds de oudjes zijn die de headlineposities op festivals innemen. Aan SABATON (***) om dat te veranderen, ook al waren zij in feite de vervanging van het al jaren uitgebluste Aerosmith. Het dient gezegd dat Sabaton het meeste volk op het veld lokte bij een laat uur en dit op de laatste festivaldag. De Zweden zorgen dan ook nog steeds voor spektakel, hun enthousiasme kent geen grenzen. Beide laatste albums verhalen over WO I en Sabaton heeft zeker het gemis aan shows goedgemaakt. Aftrappen met ‘Ghost Division’, aandacht voor de plaats waar ze optreden (met het nieuwe ‘Race To The Sea’ als anthem voor het Belgische verzet in WO I), bommen en granaten, prikkeldraad en de sympathieke muzikanten.

IMG 0604

Dit alles maakte Sabaton tot een knaller van begin tot einde. Bovendien was het Graspopconcert hun eerste na corona, buiten wat warmdraaien in thuisland Zweden. Om maar te zeggen dat de band tussen Sabaton en België wel snor zit, getuige het samenhorigheidsgevoel op de weide dat ze zelfs met Kerstmisballade ‘Christmas Truce’ kunnen bewerkstelligen in hartje zomer. Dat gevoel steeg naar euforie tijdens ‘Carolus Rex’ waarbij de Zweedse vlag gehesen werd. Sabaton speelde anderhalf uur zonder in bisnummers te vervallen, zodat ‘Primo Victoria’, het alom meegezongen ‘Swedish Pagans’ en het Spartaans strakke ‘To Hell And Back’ (weer een tekst over België, aangezet met Belgische vlag) de apotheose vormden van een festival dat vele harten verwarmde. Afspraak met Sabaton op 13 mei 2023 in het Antwerpse Sportpaleis!

MARQUEE

Naglfar 64

De Zweedse blackened death-grootheden NAGLFAR (**) gaan zelden de baan op, dus zelfs al moesten ze al om 12 uur het podium op, toch stond er al veel volk. Zonder bassist had men een ietwat scherpere sound, die overigens niet altijd even goed door de drums heen kwam, maar al bij al paste dat wel bij hun flitsende speelstijl. Er werd een goede balans gevonden tussen snoeihard beukwerk en pakkende melodieën, wat de band ook live uiterst genietbaar maakte. De vlotte mix van ouder werk en de recente plaat ‘Cerecloth’ werden gesmaakt en ook de band zelf had er duidelijk enorm veel zin in na al die jaren van stilte. Veel gebeurde er misschien niet op visueel gebied, maar de gedreven spirit en verbetenheid waarmee ze zelfs de snelste stukken perfect speelden, maakten dat dubbel en dik goed.

De in mystieke kappen gehulde Fransen van THE GREAT OLD ONES (***) hadden het geluk dat ze door een herorganisatie naar de derde plaats op de Marquee-affiche waren opgeklommen, waardoor ze veel meer volk trokken. Niet altijd even gemakkelijk voor een band die kleine podia gewend is, maar al snel werd duidelijk dat deze positie echt wel dubbel en dik verdiend was en dat ze er gegarandeerd heel wat niet-ingewijden mee in hun Cthulhu-cultus binnenbrachten. De post black metal die ze op hun laatste album ‘Cosmicism’ lieten horen was al erg straf, maar zelfs na hen al enige malen live aan het werk te hebben gezien, blijft het kwintet uit Bordeaux ontzag inboezemen en tonen ze aan dat ze nergens beter tot hun recht komen dan op een podium. Het geluid was inmiddels een pak beter dan bij Naglfar en maar goed ook, want met hun drie gitaarlijnen en ongelofelijk dynamische songs kan het anders flink mis gaan. Vaak knalden ze door aan lichtsnelheid, maar zelfs de rustige momenten bleven een van horror gevulde stemming vol kippenvel opleveren. Wat ons betreft kon iedereen hierna wel inpakken, dit viel niet te overtreffen!

Tiamat 3 76

Het was met verbazing dat we TIAMAT (***) zagen spelen op deze Graspopeditie, maar zeker één van de fijne verrassingen. In een broeierige Marquee traden de Zweden onder leiding van zanger/gitarist Johan Edlund aan, omringd door duisternis. Daarbij werd gretig geput uit hun klassieker ‘Wild Honey’ – met heerlijke uitvoeringen van ‘Whatever That Hurts’, ‘The Ar’ en zwevende afsluiter ‘Gaia’. Anderzijds waren er gotische uitvoeringen van ‘Cold Seed’, ‘Cain’ en ‘Vote For Love’. In feite speelde Tiamat een ‘best of set’, maar dat is ook wel nodig om de meute mee te krijgen na zoveel jaren afwezigheid. Uit ‘Clouds’ waren ‘The Sleeping Beauty’ en ‘In A Dream’ prachtige momenten uit de jaren 90. Het goede nieuws is dat ze werken aan een nieuw album en daarvoor was dit alvast een voorbode van meer fraais.

Het semi-legendarische SEPULTURA (*), volgens kwatongen al ruim twintig jaar niet meer dan een veredelde coverband, zit met de laatste twee platen muzikaal terug op een juister spoor, maar live wilde het op deze zwoele zaterdagavond toch niet helemaal lukken. Zo was het geluid achteraan in de tent naar verluidt erg belabberd en moesten nieuwe tracks als 'Means To An End' en 'Capital Enslavement' overduidelijk het onderspit delven tegen oudjes als 'Arise', 'Territory' (meteen ook het openingsduo), 'Refuse/Resist' en de onvermijdelijke afsluiter 'Roots Bloody Roots'. In de voorste contreien had de sound gelukkig wat meer ballen en vellenmepper extraordinaire Eloy Casagrande wist door zijn superstrakke, opzwepende spel toch ook nog een deel van de meubelen te redden, maar een echt feestje werd het jammer genoeg niet.

Amorphis 80

In tegenstelling tot Sepultura, dat het toch vooral van de klassiekers moest hebben, wist het Finse AMORPHIS (***) wél te overtuigen met een set die haast uitsluitend uit recenter werk bestond. Akkoord, songs als 'Silver Bride' en afsluiter 'House Of Sleep' zijn ondertussen ook al respectievelijk dertien en zestien jaar oud, maar ten opzichte van oerklassieker 'Black Winter Day' zijn het natuurlijk nog recente deuntjes. Opvallend genoeg was het laatstgenoemde nummer het enige echte 'oudje' in de set en geen hond die daar om maalde! Nummers van het nagelnieuwe 'Halo' (openers 'Northwards' en 'On The Dark Waters', 'The Moon') werden door een enthousiaste menigte luid meegebruld en bovendien ook piekfijn en lekker heavy neergezet. Zanger Tomi Joutsen maakte nog maar eens duidelijk dat zijn stem werkelijk alles aankan en wisselde zonder een krimp te geven loodzware grunts af met cleane, emotioneel beladen stukken zonder daarbij ook maar één keertje uit te schuiven. Maar ook de rest van de band was in goeie doen, getuige knappe uitvoeringen van het geweldige 'Death Of A King', 'Wrong Direction' en het populaire 'The Bee'. Amorphis liet als geen ander zien dat er niet altijd geteerd moet worden op klassiekers (die natuurlijk steengoed blijven) om een sterke, opzwepende show neer te zetten en dat op zich is grote klasse!

DB

Misschien zijn weinigen er zich van bewust dat DIMMU BORGIR (**) reeds op de affiche stond van Graspop 1997. Ze blijven enorm populair binnen het genre van symfonische black metal en bij het betreden van het podium met kap en beschilderde gezichten werd onmiddellijk de dreigende ondertoon voelbaar. Rook en vlammen in reuzengrote staanders ondersteunden samen met de stroboscopische belichting die satanische en mystieke sfeer. De persoonlijkheid van zanger Shagrath staat hierbij centraal. Het geluid was niet altijd optimaal, maar dat kan ook met de positie in de tent te maken hebben. Het symfonische element was misschien net iets minder aanwezig dan verwacht, mede door de setlist met nummers uit heel wat verschillende albums. Zo kon ‘Progenies Of The Great Apocalypse’ niet ontbreken en werd er afgesloten met ‘Mourning Palace’. Het publiek was duidelijk al wat moe aan het einde van dit festival, het aantal crowdsurfers was eerder beperkt. De status van deze Noren rechtvaardigde hun plaats als afsluiter van het festival, maar qua intensiteit en beleving moesten ze toch onderdoen voor Devin Townsend. Toch een geslaagd optreden.

METAL DOME

De vier jonge gasten van DIRTY HONEY (**) uit Californië wilden via deze tournee Europa veroveren na enkele successen in eigen land. Ze halen de mosterd vooral in de jaren 70 met een mix van southern rock, hardrock en blues. Vooral de dynamiek en interactie met het publiek van zanger LaBelle en de gitaarsolo’s van Notto vielen op. Het publiek koos zelf voor een cover van AC/DC, waarmee de show trouwens reeds opende. De songs hebben raakpunten met groepen als Free en Fleetwood Mac, terwijl ze ook met ‘Heartbreaker’ een aanstekelijk rocknummer brachten. Een zeer geslaagd optreden van een jonge groep op weg naar erkenning

Wayward Sons 2942 68

Met een portie classic rock probeerde ook WAYWARD SONS (*) het schaarse publiek in de Metal Dome enthousiast te maken, maar technische problemen met de basgitaar van Nic Wastell zetten een domper op de nochtans enthousiast gestarte Britse rockband. Zanger / gitarist Toby Jepson (ex-Little Angels) is de echte spil binnen de band en trok ook op het podium de meeste aadacht naar zich toe. Pas op het einde, toen ‘Until The End’ de set afsloot, kreeg het nochtans verdienstelijke viertal een open doekje.

TYLER BRYANT & THE SHAKEDOWN (***), een nog jonge band uit Nashville, Tennessee heeft al vier albums op zijn conto. De band draait rond zanger en sologitarist Tyler Bryant. De band maakt aanstekelijke tijdloze blues/hard rock en hun hun muziek kwam uitstekend uit de verf in de Metal Dome. Tyler liep al rennend het podium op, telde tot vier en zette vol vuur en passie ‘Drive Me Mad’ in. De Amerikanen waren goed op elkaar ingespeeld en serveerden een energieke set. Er werd flink wat over en weer gehold, hierdoor werd het publiek regelmatig opgezweept. ‘Shoot To Thrill’ van AC/DC paste naadloos bij hun songs. Genietbare en bevlogen set.

Me And That Man 3274 73

Met Behemoth doet hij ondertussen de grootste podia ter wereld aan, maar met zijn blues/folk/americana project ME AND THAT MAN (**) dient Adam 'Nergal' Darski toch nog genoegen te nemen met de wat kleinere varianten. Het deed alleszins geen afbreuk aan het speelplezier van de man. In een licht gewijzigde bezetting (gitarist/zanger Sasha Boole was er niet bij omdat hij in thuisland Oekraïne het leger heeft vervoegd) trakteerde de band ons op een mooie bloemlezing uit de drie verschenen albums (o.a. 'My Church Is Black', 'Love & Death', 'Coming Home', 'Burning Churches') en zette zodoende een degelijke en onderhoudende show neer die het publiek zeker wist te smaken. 

Met het Berlijnse KADAVAR (***) is het gemakkelijk. Je weet wat je kan verwachten: energieke retro-rock. Punt. Het boomlange trio is een graag geziene gast in België – hun eerste live-cd werd hier trouwens opgenomen – en dat was ook te merken aan de volgelopen Metal Dome. Het publiek stuwde de heren naar een hoger tempo en andersom daagde de groep het publiek voortdurend uit. Een prachtige wisselwerking. De leuke meezinger ‘Die Baby Die’, het hoekige ‘Pale Blue Eyes’ en de publiekslieveling ‘Come Back Life’ waren de hoogtepunten van dit wervelend optreden. De blend tussen klassieke rock, stoner, psychedelisch en bluesrock klonk perfect voor een uurtje entertainment. Oh, bleek dat de drummer zijn haar heeft afgeknipt.

Manowar mogen dan wel de Kings of Metal zijn. De echte “King Of The Road” blijft toch het Amerikaanse FU MANCHU (***). Deze stonerband afkomstig uit Orange County is de afgelopen jaren weer wat actiever geworden als het op spelen aankomt. Toch blijft elke kans om de band rond Scott Hill live aan het werk te zien, er ééntje om met beide handen te grijpen. Ook op Graspop hadden ze er duidelijk zin in. Opener ‘Hell On Wheels’ bleek meteen een schot in de roos. Ook ‘Evil Eye’ en ‘Clone Of The Universe’ werden warm onthaald door de overvolle tent. Als klap op de vuurpijl kregen we zelfs ‘Godzilla’ van Blue Öyster Cult om de oren geslingerd. Afsluiten deden de heren uiteraard met hun grootste hit ‘King Of The Road’. Wat een optreden! Deze band mag dan al meedraaien sinds 1985, maar er zit nog geen spatje slijtage op.

JUPILER STAGE

Spiritbox 3101 71

Eigenlijk doen muzikanten het grootste deel van hun carrière wat ze graag doen. Meestal hebben ze een eigen visie die dan in samenspraak met anderen verder uitgewerkt wordt. Het Canadese SPIRITBOX (**) is wat dat betreft de komeet die de hoogte in schiet. Er stond dan ook een pak volk klaar, maar die bleven lichtjes op hun honger zitten. De bandleden hadden er zin in, alleen frontdame Courtney LaPlante maakte een heel statische indruk. Iets wat we haar vergeven want een voetblessure bezorgde haar redelijk wat fysieke ongemakken. Kan gebeuren, die herkansing komt er nog wel.

De boomlange zwarte zanger AJ Channer van FIRE FROM THE GODS (**) was niet alleen met zijn gestalte een blikvanger, ook zijn vocale kwaliteiten mochten er zijn, want hij wisselde screams en raps vlot af met soulvolle clean vocals (denk aan Sevendust). De rap metal band uit Texas was in onze contreien tot voor kort nog een nobele onbekende, maar gaf een energiek visitekaartje af.

Deathcore die soms een klein beetje anders is. SUICIDE SILENCE (*) kwam na vijf jaar terug naar Europa en had er duidelijk zin in. De sound jammer genoeg iets minder. De drums klonken overtuigend, maar de rest helaas enorm schel. Zo misten we de echte vibe die deze muziek nodig heeft. Blijkbaar hadden de Amerikanen ook nog een ander probleem, want de mensen bleven niet staan. Enkel ‘the loyal ones’ gingen nergens anders heen. Er kwam ook nog nieuw materiaal op ons af dat best met ballen werd gebracht, maar dan was daar toch weer die spelbreker geluid genoemd.

DED

DOG EAT DOG (**) leek halfweg de jaren 90 op weg naar de absolute top, maar om een of andere reden stokte de machine en bleef de band steken op één hitalbum. Veel zoden zette het viertal daarna niet meer aan de dijk. Gelukkig beseffen de mannen uit New Jersey dat maar al te goed en putten ze uitgebreid uit ‘All Boro Kings’, want daarmee willen de fans nog eens een feestje bouwen. ‘In The Dog House’, ‘Pull My Finger’ en vooral ‘No Fronts’ en ‘Who’s The King’ blijven iconische nummers, terwijl de op metalfestivals vrij ongewone saxofoon net dat tikkeltje meer gaf. Tegen het einde van de show liep de weide voor de Jupiler Stage leeg. Logisch als je weet dat op dat ogenblik op het hoofdpodium Deftones aan de slag ging en beide bands toevallig in dezelfde fanvijver vissen. 

TIAMAT: Mijmeringen in zes kernwoorden

Tiamat 3353 75

Tiamat stond in 2022 voor de zesde keer op Graspop. De opkomst van een beklijvende mix tussen death/doom en gothic metal werd in de jaren negentig mede bepaald door het Zweedse collectief onder leiding van Johan Edlund met o.a. albums als ‘Clouds’ en ‘Wildhoney’. Hun meest recente album ‘The Scarred People’ dateert echter al van 2012. Zal Tiamat dit jaar – exact tien jaar later – met nieuw werk op de proppen komen? Dat wilden we wel eens weten. Dus namen we de kans met beide handen aan om met het lichtjes excentrieke boegbeeld van de band te praten in een drukke persruimte. We bundelden zijn mijmeringen aan de hand van een aantal kernwoorden.

Tekst: Vera Matthijssens

COVID-19: ‘Ik ben zelf gelukkig gespaard gebleven, maar we kennen allemaal wel mensen die eronder geleden hebben. Vandaar, ik klaag niet. We waren van plan om tijdens die twee jaar heel veel op te treden, maar dat is verloren gegaan voor ons. Ik kan niet klagen, want er waren mensen die stierven, weet je? Goede vrienden van me, mijn moeder is ook aan covid-19 gestorven. Ik zou moeten zwijgen en gelukkig zijn dat ik hier nu sta. Naar hier komen en deze show doen was een goed advies.’

OEKRAÏNE: ‘De laatste show die we gespeeld hebben voor de pandemie was in Oekraïne, in Kiev. Ik heb er een tatoeage laten zetten en we hebben er een leuke tijd gehad. We hebben wat sightseeing gedaan in het centrum. Er was een militair park met heel wat tanks en oorlogsmateriaal. Kinderen waren toen bovenop die tanks aan het spelen. Het was een soort openluchtmuseum. Enkele jaren later zagen we dezelfde plek, de straten waar we gewandeld hebben, het restaurant waar we gegeten hebben, dat was allemaal verdwenen. Heel triestig.’

GEVAAR: ‘Eind augustus spelen we in Litouwen. We gaan naar overal. Als het gevaarlijk was, dan zouden er geen vluchten naartoe zijn, wees gerust. Als we niet naar een bestemming kunnen vliegen, dan zou ik mijn twijfels hebben. Uiteraard weten we dat dit niet het moment is om terug naar Oekraïne te gaan, naar Rusland evenmin. Dit jaar stonden beide landen nochtans op de planning, maar dat gaat natuurlijk niet gebeuren. We hebben vroeger nochtans heel wat tijd doorgebracht in Oost Europa. In Polen hebben we een dvd opgenomen. We zijn heel triest over deze oorlog, net zoals de meeste mensen. Wij houden van beide landen. Ze zouden geen vijanden mogen zijn, het zijn broers en zusters, aanverwante volkeren.’

TOEKOMSTPLANNEN: ’Ik ben niet zozeer in de toekomst geïnteresseerd, zeker nu niet met alles wat er gaande is in de wereld. Dit moment is belangrijk. Aan de toekomst of het verleden kunnen we niet veel veranderen, het beste is om van het ‘hier en nu’ te genieten. Ik ben blij dat ik al zoveel moois meegemaakt heb, maar ooit zal daar een einde aan komen. Ik hoop dat we nog de tijd hebben om enkele albums te maken, maar ooit komt de tijd. Ik zal deze planeet verlaten met een glimlach rond de lippen. Maar nu geniet ik van deze momenten.’

KOSMOPOLIET: ‘Ik ben niet erg Scandinavisch meer na al die jaren. Ik woon nu in Canada en daarvoor in Griekenland. Nu kom ik rechtstreeks van Zweden, waar ik op Sweden Rock festival was. In Zweden ga ik waarschijnlijk wel heel de maand juli blijven om van de zomer te genieten, maar het kan zijn dat ik ook een korte trip maak naar Griekenland, mijn vroeger thuisland. Eind augustus hebben we terug enkele shows.’

ALBUM: ‘Zelfs al we nu een album aan het opnemen waren, dan zou ik je daar nu niets over zeggen. Wij zijn trage mensen, nooit gehaast. Als mensen aan het wachten zijn op een nieuw album van ons, dan kunnen ze intussen beter andere albums leren kennen. Er zijn er genoeg. Tien jaar wachten met een volgend album, dat is een goed advies. Breng minder uit, less is more. En goed werk vraagt tijd, de dood niet.’