ROCK WERCHTER: het woordje ‘rock’ in zijn naam is nog altijd relevant
Rock Werchter - 4 & 5 juli 2026 - Festivalpark, Werchter
U hebt ze vast ook al weleens gehoord, de zeurpieten die tot in den treure blijven roepen dat de ‘rock’ in Rock Werchter al lang verleden tijd is. Ja, je kan je afvragen wat pure dance/techno-acts als Charlotte De Witte en Paul Kalkbrenner en de mierzoete pop van Jade en Reneé Rapp op een rockfestival te zoeken hebben, maar was het vroeger dan zoveel anders? Vroeger stonden er immers toch ook artiesten als Jamiroquai, Spearhead en Robbie Williams tussen ‘echte’ rockers als Metallica, Queens Of The Stone Age, Red Hot Chili Peppers en Pearl Jam geprogrammeerd? Over smaak valt natuurlijk niet te twisten, maar vernieuwing en opvolging moeten er nu eenmaal zijn, zoveel is zeker. Op zondag 5 juli was de affiche met acts als The Cure, A Perfect Circle, Mogwai, Rise Against, Bad Nerves, Sons en Psychonaut toch echter opvallend gitaargericht en daarom besloten wij bij Rock Tribune om toch maar eens poolshoogte te gaan nemen. Onder het mom van ‘eentje is geentje’ plakten we er dan meteen ook maar een tweede dag aan vast en zakten we ook op zaterdag 4 juli af naar het bekendste dorpje van Brabant en omstreken. Wat we daar allemaal zagen en hoorden, leest u in het onderstaande sfeerverslag.
Tekst: Frederik Cosemans - Foto’s: Tim Demel
Zondag mocht Koning Gitaar dan misschien regeren op het ronduit gigantische terrein, ook op de andere dagen kwamen er enkele stevige(re) acts langs. Donderdag passeerden bijvoorbeeld de psychedelische stoner van All Them Witches en de bulderende progressieve death metal van Blood Incantation (een absolute primeur), op vrijdag was het de beurt aan de country punk van Social Distortion en de vlotte dance rock van Franz Ferdinand. Allemaal kregen ze de tent van hun respectievelijke stage goed gevuld, allemaal gaven ze naar verluidt meer dan uitstekende shows. Rock is dus zeker niet dood op Rock Werchter en de rockfans zijn evenmin een uitstervend ras.
ZATERDAG
Ook op zaterdag werd er luid en energiek afgetrapt. Het Franse vijftal LANDMVRKS (7) trad een week eerder ook al aan op Werchter Parklife, samen met o.a. Papa Roach en Linkin Park, en voelde zich dus al behoorlijk thuis op de enorme Main Stage. De echt grote massa had zich nog niet verzameld om de mix van metalcore, hip hop en veel, heel veel, Linkin Park te aanhoren, maar desalniettemin gingen degenen die wél aanwezig waren aardig uit de bol. Wij konden er persoonlijk weinig mee, maar zagen wel een jonge band serieus aan de weg timmeren en een meer dan deftig visitekaartje achterlaten.
Met het navolgende PALAYE ROYAL (5) konden we zo mogelijk nog minder. Wat we zagen, deed ons een beetje denken aan My Chemical Romance, Bring Me The Horizon en Yungblud (acts die ons ook Siberisch koud laten), maar dan een stuk platter, meer poppy en behoorlijk oninteressant.
Na enkele nummers trokken we dan maar The Barn, een tent (hoewel het woord loods hier eigenlijk beter past) met eenzelfde capaciteit als de AFAS Dome, om daar John Wick in hoogst eigen persoon te aanschouwen. Eerlijk is eerlijk, zonder de betrokkenheid van filmster en ultrasympathieke peer Keanu Reeves zou DOGSTAR (6) nooit, maar dan ook echt nooit, het clubcircuit ontstegen zijn, laat staan op een megafestival als Rock Werchter staan. De sterk op grunge en typische jarennegentigrock gestoelde deuntjes van het drietal zijn weliswaar niet schabouwelijk slecht, maar wel zo mak en gewoontjes dat er geen tien seconden van blijven hangen. Toch opvallend veel dames te bespeuren voor het podium, iets waar de inmiddels eenenzestigjarige Reeves wellicht ook wel wat mee te maken had.
Vervolgens trokken we naar Klub C om Adrian Quesada’s TRIO ASESINO (8) uit te checken. Dit project van The Black Pumas-gitarist Adrian Quesada bracht gezapige, bezwerende en instrumentale latin rock en funk en leek daardoor de ideale soundtrack voor het zomerse weer te zijn. Weinig fratsen, geen uitbundige show en weinig tot geen gezeur tussen de nummers in, gewoon muzikaal vakmanschap, een lekkere vibe en puur relaxen.
Op de Main Stage troffen we het compleet andere uiterste aan. De Ierse relschoppers van KNEECAP (7) waren immers bezig de weide vakkundig in brand te steken met hun loeiharde mix van rave, beats en hip hop (allemaal overgoten met een regelrechte punkattitude) en kregen daarmee het ondertussen talrijk aanwezige publiek collectief aan het dansen. Puur muzikaal zaten we weliswaar heel erg ver van ons bed, maar ook wij konden amper stil blijven staan op de dreunende beats en de absolute vloedgolf aan opruiende raps. Althans toch even, want na enkele nummers (geen idee welke precies) dwaalde onze aandacht toch stilletjes af en was het vooral toch ‘meer van hetzelfde’. Uiteraard werd er ook tegen allerhande politieke schenen geschopt en of je daar nu een boodschap aan hebt of niet, bij Kneecap hoort het er nu eenmaal bij.
Vervolgens zorgde THE HAUNTED YOUTH (8) voor een kleine volksverhuizing. De band rond Limburger Joachim Liebens, door de collectieve vaderlandse pers opgehemeld tot astronomische hoogtes, is momenteel hipper dan hip en The Barn zat dan ook tot de nok toe (en eigenlijk ook ver daarbuiten) gevuld. De dromerige cocktail van shoegaze, indierock en post-punk kwam live een stuk steviger over dan op plaat en Liebens en zijn kompanen, allen druipend van het zweet, lieten de enorme mensenmassa een uur lang uit hun handen eten. Sterke set!
Bij BEIRUT (7) was het opmerkelijk rustiger in The Barn. De tijd van wereldhitje ‘Nantes’ ligt immers al ettelijke jaren achter ons, maar toch weten nog steeds aardig wat mensen hun weg naar de originele en toch wel vrij unieke act rond zanger/trompettist Zack Condon te vinden. De nummers van Beirut (o.a. ‘Postcards From Italy’) zijn zonder uitzondering wonderschoon, maar eerlijk gezegd toch ook een beetje kabbelend en op den duur zelfs ietwat saai. Het opvallend lage volume hielp ook al niet echt om de aandacht vast te houden. ‘Nantes’ zorgde uiteraard voor een goede opflakkering, maar het overgrote gedeelte van de set was ons toch iets te gezapig.
MATT BERNINGER (8.5), frontman van het onvolprezen The National, kreeg The Barn, op een haar na, wél weer volledig gevuld en dat zegt eigenlijk genoeg over de klasse van dit heerschap. Zijn solowerk is misschien niet zo ontzagwekkend als het oeuvre van The National, maar desalniettemin nog steeds van hoog niveau en qua stijl zelfs ietwat vergelijkbaar. Droogstoppel Berninger had er alvast stinkende zin in, vertoefde zelfs enkele keren in het publiek en gaf ons met ‘One More Second’, ‘Distant Axis’ en ‘Martini Me Fatso’ toch enkele songs om door een ringetje te halen. Het absolute hoogtepunt? Een magistrale uitvoering van The National-klassieker ‘Terrible Love’, samen met de heren van Beirut. Knap!
Tijdens onze wandeling naar de Main Stage waren Damon Albarn en zijn GORILLAZ (7) al aan hun show begonnen. Meteen viel op dat de band op hoog niveau presteerde, maar dat Albarn zelf precies toch al een drankje te veel op had. Heel erg bekend met het werk van Gorillaz zijn we niet, maar toen hitje ’19-2000’ voorbij kwam, sloegen we toch ongegeneerd aan het swingen. Daarna was het vooral een kwestie van hoogte- en dieptepunten. Vaak leek het allemaal wat aan te modderen (wat uiteraard snel gebeurt als je de nummers niet kent) en was onze aandacht compleet weg, bij hits als ‘Dirty Harry’, ‘Clint Eastwood’ en uiteraard ‘Feelgood Inc.’ klonk men groots en bevlogen. Een dubbeltje op zijn kant dus.
Bij Black Francis (die trouwens amper ouder lijkt worden) en zijn PIXIES (8) zat de vlam wél meteen in de pijp. De ene klassieker na de andere werd op een stampvolle Barn afgevuurd, uiteraard in hun even unieke als rammelende stijl. Nostalgie werkt, zo bleek nog maar eens, maar wanneer je nummers als ‘Bone Machine’, ‘Vamos’, ‘Caribou’, ‘Monkey Gone To Heaven’, ‘Debaser’, ‘Here Comes Your Man’ en ‘Ed Is Dead’ kunt voorleggen, is dat uiteraard de normaalste zaak van de wereld. Vreemd genoeg werden er ook enkele covers gespeeld (o.a. ‘Winterlong’ van Neil Young), maar voor ons persoonlijk had dat nu niet gemoeten. Er was immers genoeg eigen werk voorhanden om de volledige speeltijd vol te krijgen.
Omdat we er toch waren en omdat de band toch een hele generatie jonge fans, veelal jonge tot erg jonge dames, weet aan te spreken, besloten we toch om ook even een stukje van hoofdact TWENTY-ONE PILOTS (6) mee te pikken. Veel show, explosies en andere toeters en bellen, maar qua songs waren we allerminst onder de indruk. Muzikaal hoorden we een bont allegaartje van hip hop, rock, pop en god weet wat nog allemaal, qua uitvoering kwam dat voor tachtig procent uit een doosje. Josh Dunn bleek een degelijke slagwerker te zijn, frontman/poster boy Tyler Joseph wisselde af tussen piano, basgitaar, ukulele of helemaal niets. Nummers als ‘Center Mass’, ‘Heathens’ en ‘Tear In My Heart’ werden door de talrijk aanwezige bakvisjes woord voor woord meegebruld, wij hielden het na een klein half uurtje toch voor bekeken. Veel vorm, weinig inhoud, althans naar onze bescheiden mening. Naar het einde toe zou er nog een cover van ‘Seven Nation Army’ de revue gepasseerd zijn, maar die hebben we zelf niet meer meegekregen.
ZONDAG
De zondag werd op gang getrapt door KAAT VAN STRALEN (3), volgens diverse, niet nader bij naam genoemde media, de redster van de vaderlandse punk. Wij zagen echter iets compleet anders. Volgens ons is zelfs Metejoor nog meer punk dan hetgeen deze act hier poogde neer te zetten en het gevaar dat men uitstraalde, zou zelfs de plaatselijke pastoor niet onder de indruk krijgen. Zeker, Kaat deelde sneertjes uit naar Annelies Verlinden en de tegenwoordig wel heel erg aanwezige Theo Francken, maar op een manier zodat ook de kijkers van Ketnet het kunnen volgen. Hoe hard we ook proberen, maar hier kunnen we gewoon niets positiefs over zeggen. Compleet over het paard getild. Stop met wenen? Sorry Kaat, lukt niet.
Gelukkig bood het eveneens Belgische TSAR B (7.5) wat soelaas. Deze act rond zangeres/violiste Justine Bourgeus (vroeger van School Is Cool) bedient zich van een unieke en eigenzinnige mix van pop, klassiek en elektronica en dompelde daarmee een voor de helft gevulde Klub C onder in een zweverige, maar donkere droomwereld. Beetje avant garde, beetje trip hop, beetje strijkers, beetje beats, maar bovenal veel sfeer! Enkel tijdens het laatste nummer gleed men een beetje af naar pure dance, wat voor ons de totaalbeleving toch ietwat brak.
Voor het echte rocken klopten we dan weer aan bij BAD NERVES (8) op de Main Stage. Deze jonge snaken uit de UK worden vaak omschreven als de bastaardzonen van de Ramones en The Strokes en daar valt best wel wat voor te zeggen. Ruw, energiek en met bakken aanstekelijke attitude raasden deze jongens door hun set heen en kregen daarbij heel wat hoofdjes aan het schudden. We moesten even wennen aan de bijwijlen erg poppy zang van frontman Bobby Nerves, maar tijdens zijn ruigere stukken trok deze sympathieke jongeling ons definitief over de streep. Yeah …
Na deze flinke dosis onversneden rock-n’-roll begaven we ons naar DRESSED LIKE BOYS (8), een andere vaderlandse act die steevast de hemel ingeprezen wordt. Volkomen terecht ook, want spilfiguur Jelle Denturck is niets minder dan een onversneden talent. Dat hebben we in een iets te kleine Klub C (er kon geen muis meer bij) zelf vastgesteld, want voorheen kenden we de muziek van deze jongeman amper of niet. Geregeld moesten we denken aan Elton John, Billy Joel en Sufjan Stevens, maar dan frisser en hedendaagser. Door zijn thema’s van seksualiteit, identiteit en queer rights zal hij wellicht evenveel respect als tegenstand oogsten, maar puur muzikaal zal toch iedereen moeten toegeven dat hier op hoog niveau gepresteerd werd.
Terug naar de Main Stage om SONS (7) aan het werk te zien. Na de wervelwind genaamd Bad Nerves spelen was misschien niet bepaald een cadeau voor Robin Borghgraef en zijn kompanen, maar men maakte er desondanks toch het beste van. Hun nummers zijn lekker vlot en net ruig genoeg om toch een aardig middelvingertje op te steken. De jongens genoten er ook zichtbaar van. De bassist, die zijn instrument bijna onder zijn kin had hangen, wist met zijn energie amper blijf en spoorde het publiek overigens aan om het Belgisch record crowdsurfen te verbreken. Of dat daadwerkelijk lukte, durven we te betwijfelen, maar desondanks gaf Sons hier een onderhoudende show weg.
Hetzelfde kan misschien ook gezegd worden van RISE AGAINST (6), een act die ondertussen al een flink aantal jaar meedraait, maar nooit tot ons is doorgedrongen. Voor alles een eerste keer natuurlijk en daarom begonnen we onbevooroordeeld aan hun show, waarvoor toch aardig wat volk was komen opdagen. We hoorden een kruisbestuiving tussen vrij volwassen punkrock en melodieuze hardcore, maar qua nummers bleef er toch vrij weinig hangen. Onbekend maakt natuurlijk onbemind, maar toch leken we niet de enige die er zo over dacht. De voorste regionen gingen aardig uit hun dak, maar de overgrote meerderheid stond erbij en keek ernaar. Slecht konden we de show niet noemen, tam, kabbelend en ietwat ongeïnspireerd des te meer.
Dan maar door naar MOGWAI (7), het Schotse post-rock-collectief dat normaal niet kijkt op enkele decibels meer of minder. Ook vandaag kwam men soms verschroeiend luid uit de hoek, zeker in contrast met de meer zachte en opbouwende stukken, maar volume is nu eenmaal niet alles. Mogwai kan groots, heel groots, zijn, maar leek dit keer toch moeite te hebben met zich volledig op te richten. Pas op, er waren zeker meerdere opflakkeringen van genialiteit (‘Remurdered’ blijft een song van een ongekend niveau), maar helaas ook aardig wat momenten dat het allemaal een beetje weg dreigde te zakken. Volgende keer terug in de Ancienne Belgique en dan zijn we weer helemaal overtuigd.
Daarna was het de beurt aan de band die voor de helft de reden vormde om überhaupt naar Werchter af te zakken. A PERFECT CIRCLE (8.5) moest om onbegrijpelijke redenen om half zeven s ’avonds onder een stralend zonnetje aan de bak en, eerlijk is eerlijk, dat deed voor een stuk afbreuk aan de magie die de band normaal gezien moeiteloos weet op te wekken. Maynard James Keenan, reeds mythisch in zijn eigen tijd, zal op voorhand ongetwijfeld gefoeterd hebben, op het podium liet de legendarische frontman van Tool daar niets van merken. Strak in het pak, met donker omrande ogen (zo kwam er enkele uren later nog iemand) en met zijn eeuwige mohawk miste hij werkelijk geen enkele noot en wist hij door zijn typische en bijna hypnotiserende moves het toegestroomde publiek moeiteloos in te pakken. Dat laatste kwam natuurlijk ook door de uitmuntende band, aangevoerd door gitarist Billy Howerdel en met een glansrol voor teruggekeerde slagwerker Josh Freese, en een verzameling absolute wereldsongs. ‘The Package’, ‘Weak And Powerless’, ‘The Doomed’, nieuwe single ‘Starless’ en een enorm dreigend en stampend ‘Counting Bodies Like Sheep To The Rhythm Of The War Drums’ werden uitmuntend neergezet en de fans genoten. In het publiek geen uitzinnige taferelen of grote volkstoelopen, A Perfect Circle is nu eenmaal geen festivalband, maar diepe waardering en respect. Afsluiter ‘Judith’ knalde nog een laatste keer en bewees andermaal dat de tandem Keenan/Howerdel tot grootse dingen in staat is.
Omdat we absoluut het einde van A Perfect Circle wilden meepikken, misten we in The Barn het begin van de show van DAVID BYRNE (8.5) en moesten we, samen met enkele duizenden anderen, dus noodgedwongen meevolgen op de schermen. Maar zelfs daar werden we keihard geconfronteerd met de genialiteit van de voormalige, ondertussen vierenzeventigjarige frontman van Talking Heads. In feite schippert een optreden van Byrne ergens tussen een musical, dansvoorstelling en rockshow in en krijgen we elke keer opnieuw een zinderende ervaring voorgeschoteld. Zo is er bijvoorbeeld geen vaste opstelling en lopen Byrne, de muzikanten en de dansers constant rond in een ogenschijnlijk spontane, maar ongetwijfeld strak geregisseerde choreografie. Drie grote schermen met allerhande visuals zorgen voor extra beleving, de songs – die voor het grootste gedeelte uit de catalogus van Talking Heads komen – doen de rest. ‘Slippery People’, ‘Houses In Motion’, ‘Psycho Killer’, ‘Once In A Lifetime’ en ‘Burning Down The House’ vormden slechts een fractie van de hits die voorbijkwamen en Byrne’s solowerk leek toch vooral als afwisseling en adempauze te dienen. Groots!
Lag het aan het volksfeest dat een zekere Moby eigenhandig in gang had getrokken voor de Main Stage of blijft ETHEL CAIN (7) toch een zogenaamde ‘acquired taste’? Feit is dat Klub C bijzonder karig gevuld was toen de Amerikaanse het fraai aangeklede podium betrad. Aftrappen deed ze met ‘American Teenager’, een hitje dat bijna compleet haaks staat op de rest van de setlist die ze vandaag zou brengen. Lana Del Rey meets Chelsea Wolfe meests Southern Gothic, dat kregen we immers de rest van het uur voorgeschoteld. Soms melancholisch en breekbaar, soms loeihard en confronterend. Het volk dat er wél was, waaronder opvallend veel jonge meisjes en personen uit de queer gemeenschap, brulde alles woord voor woord mee en liet zich, soms tot tranen toe, meeslepen in de donkere en soms grimmige wereld die Ethel Cain hen presenteerde. De afwezigen hadden misschien toch ongelijk?
Hard werken loont, vraag dat maar eens aan de jongens van PSYCHONAUT (8). Dat één van de populairste metalbands van het land (enkel Amenra en Brutus doen het wellicht nog beter) hier op het grootste festival van datzelfde land mag aantreden, is een statement op zich. Het trio moest het weliswaar doen met ‘maar’ een plekje in The Nest, een mini-amfitheater dat toch nog enkele duizenden mensen kan herbergen, maar het plein en de bijhorende tribunes waren toch maar mooi volledig gevuld. Zonder fratsen en met stalen verbetenheid pakten Stefan, Thomas en Harm het toegestroomde publiek moeiteloos in en zorgden ze zelfs voor enkele wild kolkende pits. Prijsbeest ‘The Fall Of Consciousness’ was zoals verwacht het absolute orgelpunt van een setlist die eigenlijk veel te kort was, maar daardoor ook geen seconde verveelde. Psychonaut perste alle overgebleven energie er finaal uit zodat we, compleet leeg en volledig zen, eindelijk naar The Cure konden.
Afsluiten in stijl, het is de droom van elk festival, maar lang niet altijd een evidentie. Maar als er één iemand het kon, dan was het Robert Smith wel. De legendarische frontman van het al even legendarische THE CURE (9.5) kwam op de tonen van het kolossale ‘Plainsong’ het podium opgewandeld en schuifelde tergend langzaam en zonder gitaar vrijwel de volledige breedte van datzelfde podium over. Met een blik die bijna aan ongeloof grensde, nam hij de formidabele hoeveelheid mensen die hadden postgevat voor de Main Stage waar en zag dat het goed was. Daarna waren we vertrokken voor tweeënhalf uur, oftewel negenentwintig (29!) songs, pure klasse.
‘Disintegration’, het absolute meesterwerk en nog steeds onze favoriete The Cure-plaat, was vertegenwoordigd met maar liefst zes songs (oa. ‘Pictures Of You’, ‘Fascination Street’, ‘Lullaby’), ‘Wish’ (o.a. ‘Friday I’m In Love’) en ‘The Head On The Door’ (o.a. ‘In Between Days’) leverden elk vier stuks af. Voor de rest kwam er een ruime selectie uit het oeuvre voorbij (oa. ‘The Lovecats’, ‘Burn’, ‘Just Like Heaven’, Never Enough’, ‘Wrong Number’) en waren uiteraard ook het onverwoestbare ‘A Forest’ en de onvermijdelijke afsluiter ‘Boys Don’t Cry’ van de partij. We zouden hier nog een tijdje kunnen doorgaan over het magistrale vakmanschap dat tentoongesteld werd, Smith die bijzonder goed bij stem was, het lijkbiddersgezicht van toetsenist Roger O’Donnell of de iconische baslijnen van Simon Gallup, maar dat gaan we niet doen. Het spreekt immers allemaal voor zich. The Cure triomfeerde, Robert Smith sloeg als geen ander een brug tussen jong en oud en Rock Werchter bewees ruimschoots dat het woordje ‘rock’ in zijn naam nog altijd relevant is.