Updated 05/11/2026
Achter de schermen van de metalwereld met JURGEN VANDEWALLE
Een goede liveshow staat of valt niet alleen met de muzikanten op het podium. Achter de schermen draait een internationale tourmachine waarin planning, logistiek, technische kennis en mensenkennis onmisbaar zijn. Jurgen Vandewalle weet daar alles van. Al bijna dertig jaar is hij actief in de live-industrie en sinds 2010 is hij nauw betrokken bij Channel Zero. Daarnaast werkt hij sinds 2014 met het Amerikaanse Snot, sinds 2020 met Fleddy Melculy en sinds 2022 met het Nieuw-Zeelandse Alien Weaponry en ondertussen ook met Aborted . Als tourmanager en ‘Front Of House Engineer’ combineert hij organisatorische verantwoordelijkheid met de technische en artistieke controle over het geluid voor het publiek. Een gesprek over internationale tourpraktijken, vertrouwen, technische uitdagingen en de kunst om problemen op te lossen voordat iemand ze opmerkt.
Je bent intussen bijna dertig jaar actief in de livewereld. Hoe ben je oorspronkelijk in dat vak terechtgekomen?
‘Ik ben in 1996 zelfstandig geworden. Aanvankelijk werkte ik als freelancer voor verschillende bedrijven, zowel in België als Nederland. Mijn echte doorbraak in de live-industrie kwam er rond 2005, toen ik voor grotere firma's begon te werken. Ik was onder meer actief als systeemtechnicus voor grote dance-evenementen. Sensation, Defqon, Hard Bass, Mysteryland en andere grote producties in België, Nederland en daarbuiten behoorden tot mijn werkterrein. Die ‘EDM’-wereld heb ik een vijf- à zestal jaar gedaan. Tegelijkertijd was ik ook al actief in de metalwereld. De combinatie werd uiteindelijk moeilijk vol te houden. In 2015 heb ik beslist om me volledig op de livewerking met bands toe te leggen: mixen, tourmanagement en alles wat daarbij komt kijken. De samenwerking met Channel Zero was daarin een belangrijk keerpunt. Vanaf dat moment is mijn carrière eigenlijk in een stroomversnelling geraakt.’
Vandaag combineer je twee functies die op het eerste gezicht behoorlijk verschillend zijn: tourmanager en Front of House Engineer. Wat houden die precies in?
‘Tourmanagement is in de eerste plaats het organisatorische luik. Je bent verantwoordelijk voor de praktische omkadering van een tournee met inbegrip van een stevig administratief luik. Dat betekent onder meer het boeken en opvolgen van vluchten, hotels en transport, het regelen van de logistiek, het contact met de organisatoren en het afstemmen van alle praktische afspraken met de crew. Je moet ervoor zorgen dat iedereen weet waar hij wanneer moet zijn en dat de gevraagde voorzieningen effectief aanwezig zijn. Al die informatie wordt samengebracht in het programma ‘Master Tour‘, zodat de volledige tour overzichtelijk blijft. Als Front of House Engineer ben je dan weer verantwoordelijk voor het geluid dat het publiek tijdens het concert hoort. Je staat achter de mengtafel en zorgt ervoor dat de verschillende instrumenten, stemmen en andere audiobronnen samenkomen in een evenwichtige en krachtige mix. Die functies zijn in mijn geval perfect combineerbaar. Een groot deel van het organisatorische werk gebeurt immers vooraf. Tegen de tijd dat ik op een festival of in een concertzaal aankom, is het meeste voorbereid. Natuurlijk blijven er onderweg zaken op te volgen en moet je soms nog last-minute aanpassingen doen. Maar je hebt voldoende ruimte om beide verantwoordelijkheden te combineren.’
TWEE FUNCTIES, ÉÉN TOURMACHINE
Hoe ziet jouw doorsnee dag op tour eruit?
‘Op een tourdag zorg ik eerst dat alles organisatorisch in orde is voor de band en de crew. Ongeveer een uur voor de show verschuift mijn volledige aandacht naar het technische gedeelte. Tijdens het optreden ben ik uitsluitend met de mix bezig. Zodra de show afgelopen is, neem ik mijn tourmanager-rol opnieuw op. Dan komen bijvoorbeeld interviews, meet-and-greets, transportproblemen of afspraken voor na het concert aan bod. Het stopt eigenlijk nooit helemaal.’
Dat betekent dat je niet alleen organisatorisch en technisch verantwoordelijk bent, maar ook een soort aanspreekpunt voor de hele entourage wordt.
‘Absoluut. Je wordt op tournee vaak een beetje de vaderfiguur. Als er problemen zijn, komen muzikanten en crewleden bij jou terecht. Je moet dan kunnen inschatten wat dringend is en wat niet. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar sommige mensen komen met vragen of opmerkingen die op dat moment helemaal niet relevant zijn. Je moet prioriteiten kunnen stellen en voldoende sterk in je schoenen staan om duidelijk te maken dat bepaalde zaken even kunnen wachten. Je bent er om de tour draaiende te houden, niet om voor iedereen elk klein probleem onmiddellijk op te lossen. Mensen moeten ook zelfstandig kunnen functioneren. Dat evenwicht vinden, hoort bij de job.’
Je bent dagelijks nauw betrokken bij het leven van een band. Hoe belangrijk is de vertrouwensband met de muzikanten?
‘Die is essentieel. Je voelt meestal vrij snel of er een klik is. Ik heb gelukkig weinig meegemaakt dat een samenwerking na enkele dagen volledig fout liep. Ik heb ook nog nooit een tour verlaten omdat ik het niet meer zag zitten. Natuurlijk zijn er soms frustraties. Je werkt intensief samen met mensen en brengt soms wekenlang bijna dag en nacht met elkaar door. Dan kunnen kleine dingen op de zenuwen werken. Het belangrijkste is dat je daarover communiceert. Als iets niet werkt, moet je dat kunnen zeggen en samen naar een oplossing zoeken. Bij de bands waarmee ik werk, is er doorgaans een goede vertrouwensband. Ze weten dat ze bij mij terechtkunnen en dat opmerkingen of problemen op een volwassen manier besproken worden. Dat is belangrijk, want je bent niet alleen verantwoordelijk voor de praktische organisatie. Je moet ook een omgeving creëren waarin muzikanten zich op hun optreden kunnen concentreren. Bij Alien Weaponry speelt dat bijvoorbeeld nog sterker. Toen ik met hen begon, waren het jonge gasten van amper 15, 16 jaar oud. Je neemt dan automatisch ook een meer beschermende rol op. Je moet hen soms waarschuwen voor bepaalde situaties en ervoor zorgen dat ze niet in problemen terechtkomen die ze door hun leeftijd of beperkte ervaring nog niet altijd kunnen inschatten.’
ZESTIEN JAAR CHANNEL ZERO
Sinds 2010 werk je met Channel Zero. Hoe is die samenwerking ontstaan en hoe ben je uiteindelijk ook tourmanager geworden?
‘Ik had Franky DSVD al rond 2005-2006 leren kennen. Channel Zero was toen uit elkaar en de bandleden waren allemaal hun eigen weg gegaan. Ik heb Franky destijds zelfs geïntroduceerd in de audiovisuele wereld. Later, toen hij met andere projecten zoals Skitsoy bezig was, hebben we opnieuw samengewerkt. Toen de reünie van Channel Zero eraan kwam, zat ik zelf nog in een bijzonder drukke periode bij het bedrijf waarvoor ik werkte. Ik kon daardoor niet meteen instappen. De eerste shows werden dus met andere mensen gedaan. In het najaar van 2010 werd ik uiteindelijk gevraagd om de Front of House-mixer tijdelijk te vervangen. Dat was tijdens een optreden op Rock Ternat. Eigenlijk was het de bedoeling dat ik slechts enkele concerten zou overnemen, maar vanaf die eerste show was er meteen een klik. De band wilde met mij verder. Aanvankelijk beperkte mijn functie zich tot het geluid. Er was nog een aparte tourmanager en ook andere crewleden waren verantwoordelijk voor hun eigen taken. Maar organisatorisch liep niet alles even vlot en na verloop van tijd werd mij gevraagd om ook het tourmanagement over te nemen. Ik had voordien al ervaring opgedaan in productiemanagement, dus het organisatorische aspect was me niet helemaal vreemd. Sindsdien combineer ik beide functies voor Channel Zero. Op die zestien jaar is er bijzonder veel gebeurd. We hebben mooie momenten meegemaakt, maar ook moeilijke periodes en verlies gekend. Het is een lange samenwerking waarin vertrouwen en wederzijds respect alleen maar belangrijker zijn geworden.’
Wat zijn voor jou de meest memorabele momenten uit die samenwerking?
‘Er zijn er verschillende. De deelname aan 70000 Tons of Metal was bijvoorbeeld bijzonder plezant. Channel Zero was nooit echt een band die uitgebreid internationaal toerde, en dan sta je plots op een cruise in de Caraïben. Dat was een compleet andere ervaring. Ook de akoestische tournee uit 2015 blijft me bij. Het was interessant om de muziek van Channel Zero eens vanuit een totaal ander perspectief te benaderen. We werkten met strijkers en speelden in culturele centra en theaters, voor een publiek dat de band niet noodzakelijk kende. Dat was een heel andere omgeving dan de festivals en metalzalen waarin we normaal terechtkomen. Voor mij was dat een van de leukste tournees.
Maar er zijn uiteraard ook momenten die je liever niet meemaakt. Het overlijden van Phil bijvoorbeeld. Ik kreeg het nieuws op de dag dat we op Alcatraz moesten spelen. Ik was als eerste op het festivalterrein toen ik dat telefoontje kreeg. De dag voordien hadden we nog een uitstekende repetitie gehad en de week daarvoor hadden we samen met Phil op het Beachfestival in De Panne gespeeld. We hadden nog veel gelachen en goede gesprekken gevoerd. Dan komt zo'n bericht bijzonder hard binnen. Ook het overlijden van Dirk (Van den Auweele, A&R-, label- en promomanager – WVH) was een zware klap. Dat zijn gebeurtenissen die je bijblijven, zeker wanneer het gaat om mensen met wie je jarenlang hebt samengewerkt.’
EUROPESE AANPAK IN DE AMERIKAANSE TOURWERELD
Sinds 2014 werk je ook met het Amerikaanse SNOT. Verandert je aanpak wanneer je met een Amerikaanse band op tournee gaat?
‘De basis blijft dezelfde, maar de cultuur en de manier van werken kunnen behoorlijk verschillen. Toen ik in 2014 voor het eerst met SNOT meeging op vraag van gitarist Mikey Doling, die zowel bij Snot als Channel Zero speelt, was dat meteen voor een drietal tours over de periode 2014-2015, waaronder een tournee in Australië. Mikey was de enige persoon die ik daar al kende. Je komt dus terecht in een omgeving met mensen waar je nog nooit mee hebt samengewerkt en die je totaal niet kent, en die ook nog eens een andere manier van communiceren hanteren. Uiteindelijk liep dat allemaal prima, precies omdat ik voldoende ervaring had opgedaan om daar vlot mee om te gaan. Ik denk zelfs dat Europeanen op dat vlak een bepaalde reputatie hebben opgebouwd. We zijn eerder ‘problem solvers’ dan ‘problem creators’. Soms zie je mensen een uur discussiëren over een probleem dat eigenlijk in enkele minuten opgelost kan worden. Onze aanpak is doorgaans rustiger en pragmatischer. Je moet ervan uitgaan dat er voor elk probleem een oplossing bestaat. Dat is een belangrijke ingesteldheid wanneer je internationaal werkt. Uiteraard moet je rekening houden met culturele verschillen, maar uiteindelijk blijft het mensenwerk. Een klik is een klik, ongeacht de nationaliteit van de muzikanten of crewleden.’
“ Je moet rekening houden met culturele verschillen, maar het blijft mensenwerk: een klik is een klik, ongeacht de nationaliteit van de muzikanten of crewleden”
Je hebt ook ervaring met producties buiten de metalscene. Merk je een verschil tussen de popwereld en de metalwereld?
‘Zeker. Dat is natuurlijk mijn persoonlijke ervaring, maar ik voel me duidelijk comfortabeler in de metalscene. Daar is de omgang doorgaans wat losser en familiairder. Je werkt met mensen die sneller een hechte ploeg vormen en de sfeer voelt minder formeel aan. In de popwereld ervaar ik dat soms anders: de teams werken op een andere manier en het contact is voor mijn gevoel minder familiair. Dat betekent niet dat het ene beter is dan het andere, maar de metalwereld sluit gewoon nauwer aan bij de manier waarop ik graag werk.’
VAN NIEUW-ZEELAND NAAR DE INTERNATIONALE PODIA
In 2022 kwam ook Alien Weaponry erbij. Hoe is die samenwerking ontstaan?
‘Het verhaal begint eigenlijk al in 2017. Via een Nederlands contact kreeg ik toen de vraag of ik een jonge band uit Nieuw-Zeeland kon helpen die voor het eerst naar Europa kwam. Het ging om drie piepjonge gasten die in hun thuisland en Australië al behoorlijk wat aandacht hadden gekregen. Ze waren dus nog erg jong en reisden aanvankelijk met hun ouders. Hun moeder nam het tourmanagement voor haar rekening en hun vader stond achter de mengtafel. Stijn De Smet, die ik kende als gitaartechnicus bij o.a ‘King Hiss’, was toen bij hen betrokken. Hij stuurde me geregeld foto's en verhalen door. Die jongens stonden op indrukwekkende podia en maakten op korte tijd veel indruk. Na verloop van tijd bleek dat de oorspronkelijke organisatie niet bepaald ideaal was. Er waren geregeld spanningen tussen de bandleden en hun ouders. Toen de bandleden meerderjarig werden, wilden ze hun eigen weg gaan. Er kwam een nieuw contract met een Amerikaans management en een van de voorwaarden was dat ze voortaan zonder hun ouders zouden toeren. In 2022 werd mij gevraagd om het tourmanagement over te nemen. Sindsdien werk ik met hen samen.’
Je begeleidt Alien Weaponry ondertussen ook in de Verenigde Staten. Hoe verschilt de praktische organisatie van zo'n internationale tournee van het werk met een Belgische band?
‘De basisprincipes blijven dezelfde, maar je moet uiteraard rekening houden met de afstanden, de logistiek en de specifieke omstandigheden van het land waarin je werkt. Je moet vooruitdenken en ervoor zorgen dat transport, planning en afspraken kloppen. Dat geldt voor elke tournee, maar wanneer je internationaal werkt, wordt een goede voorbereiding nog belangrijker. Het leuke aan Alien Weaponry is dat we intussen ook een heel compacte werking hebben uitgebouwd. We hebben zelfs al tournees gedaan zonder verdere crew. Dan zijn we gewoon met de drie bandleden en ik. Geen aparte gitaartechnicus, geen drumtechnicus. We nemen veel zelf in handen en dat werkt eigenlijk bijzonder goed. Het vraagt natuurlijk dat iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt.’
Alien Weaponry heeft met zijn Māori-achtergrond en culturele invloeden een eigen identiteit. Heeft dat ook gevolgen voor jouw werk als Front of House Engineer?
‘Je moet niet noodzakelijk de volledige culturele achtergrond begrijpen om de band technisch goed te kunnen mixen, maar je moet wel begrijpen wat hun muziek bijzonder maakt. Alien Weaponry is een driekoppige band en de zang is een bijzonder belangrijk onderdeel van hun sound. Die moet je als een extra instrument behandelen. De vocals moeten krachtig en duidelijk aanwezig zijn, zonder dat de agressieve thrashmetalenergie verloren gaat. Ook de samples tussen de nummers zijn belangrijk. Daarin zitten boodschappen die de band aan het publiek wil overbrengen. Dat is een wezenlijk onderdeel van hun identiteit. Het is dus niet voldoende om gewoon een muur van geluid te produceren. Je moet ervoor zorgen dat ook die inhoud en boodschap overeind blijven. We hebben bijvoorbeeld vijf shows als support van Anthrax gespeeld. Dat is een band met een heel ander publiek en een andere geschiedenis, maar toch merkte je dat Alien Weaponry indruk maakte. Dat is precies waarom het belangrijk is om niet alleen naar de muzikale technische aspecten te kijken, maar ook naar wat een band wil overbrengen.’
DE ARTISTIEKE HANDTEKENING VAN DE FOH-ENGINEER
Wat maakt volgens jou een goede Front of House-mix? Hoeveel technische kennis en hoeveel muzikaal inzicht zijn daarvoor nodig?
‘Je hebt uiteraard technische kennis en ervaring nodig, maar je moet vooral begrijpen hoe een band moet klinken. Elke groep heeft een eigen karakter en een eigen benadering. Je kunt niet zomaar dezelfde mix toepassen op verschillende bands. Als muzikanten veel tijd in een studioalbum hebben gestoken, is het de bedoeling dat de essentie van die productie ook live overeind blijft. Tegelijkertijd moet je als geluidstechnicus voldoende artistieke vrijheid hebben. Iedereen heeft zijn eigen manier van mixen. Je moet kunnen bepalen hoe je een nummer laat binnenkomen, welke instrumenten meer nadruk krijgen en hoe je de verschillende elementen in balans brengt. Dat gebeurt natuurlijk in nauw overleg met de muzikanten. Soms vraagt iemand om een bepaald instrument wat luider te zetten of een stem meer naar voren te halen. Dat hoort bij de samenwerking. Maar als je als Front of House Engineer uitsluitend nog instructies moet uitvoeren en geen eigen artistieke inbreng meer hebt, verdwijnt ook een belangrijk deel van het plezier in de job.’
Hoeveel controle heb je uiteindelijk over het geluid? Je bent immers ook afhankelijk van de zaalakoestiek, de aanwezige PA-installatie en de technische mogelijkheden van de organisator.
‘Dat klopt, maar de situatie is de voorbije jaren sterk veranderd. Apparatuur is veel betaalbaarder geworden, waardoor individuele technici zelf kunnen investeren in hun materiaal. Daardoor nemen we tegenwoordig een groot deel van onze eigen technische uitrusting mee. In ongeveer tachtig procent van de gevallen hebben we alles bij ons wat we nodig hebben om ons werk te doen: microfoons, bekabeling, mengtafel, ... Wat we van de organisator nodig hebben, is in essentie een degelijke PA-installatie en een lokale crew die bereid is om mee te werken. Dat geeft ons veel meer controle over de kwaliteit en de consistentie van onze producties. Je bent uiteraard nog altijd afhankelijk van de installatie die in een zaal of op een festival aanwezig is. Soms kom je ergens terecht waar de PA onvoldoende is, waar het budget beperkt was of waar de akoestiek gewoon niet goed zit. Dan moet je proberen er het beste van te maken. Je weet op voorhand dat het misschien niet je beste mix zal worden, maar je moet ervoor zorgen dat het optreden niet onder de omstandigheden lijdt.’
TECHNOLOGIE ALS BONDGENOOT
De technologie is de voorbije vijftien jaar enorm geëvolueerd. Heeft dat het werk als tourmanager en geluidstechnicus ingewikkelder gemaakt?
‘Zeker niet. Ik zie de technologische evolutie vooral als een verbetering. Digitale mengtafels, software en de compactere apparatuur hebben ons werk een stuk gemakkelijker gemaakt. We hebben meer mogelijkheden en kunnen efficiënter werken. Natuurlijk blijf je afhankelijk van technische systemen en kunnen er zaken fout lopen. Maar als je voldoende ervaring hebt en op problemen kunt anticiperen, kun je daar meestal op inspelen. Voor mij heeft de evolutie het werk vooral toegankelijker en flexibeler gemaakt. Ik bekijk dat absoluut positief.’
Tot slot: wanneer keer jij na een tournee met een tevreden gevoel naar huis?
‘Dat is altijd een combinatie van verschillende factoren. Het belangrijkste is dat iedereen veilig blijft en dat er geen ongelukken gebeuren. Daarnaast wil je natuurlijk vermijden dat technische problemen een show stilleggen of verhinderen dat een optreden doorgaat zoals gepland. Als de technische productie goed zit, de band tevreden is en het publiek een fantastische avond heeft beleefd, dan is mijn opdracht geslaagd. Het hoeft niet ingewikkelder te zijn dan dat. Een geslaagde tournee is er een waarbij alles achter de schermen goed georganiseerd was, de concerten naar behoren verliepen en iedereen met een goed gevoel naar huis kan.’
Jurgen On Tour ...
De afgelopen twee jaar was Jurgen tussen de vele optredens van Channel Zero en Fleddy Melculy in de Benelux ook vaak in het ‘verre’ buitenland aan de slag. Een overzicht:
2025
- Alien Weaponry: Tour als Support voor Kerry King in de VS
- Alien Weaponry: Headline Tour in Nieuw-Zeeland
- Cruise to the Edge (Progressive Rock Cruise - Caribbean): mix Pure Reason Revolution en Gazpacho
- Pendejo: Headline Tour Europa
- SNOT: Headline Tour Europa
- Alien Weaponry: Tour als Support voor Avatar in de VS
2026
- SNOT: Tour als Support voor Soulfly in Australië
- Alien Weaponry: Tour als Support voor Avatar in Europa
- Alien Weaponry: Tour als Support voor Anthrax in Australië
- SNOT: Headline Tour Europa