Updated 21/09/2026
FLOTSAM AND JETSAM: Flotzilla op dreef!
Door hun eerste twee albums van de tweede helft van de jaren tachtig, ‘Doomsday For The Deceiver’ en ‘No Place For Disgrace’, zijn Flotsam And Jetsam voor vele thrash metalfans nog steeds jeugdhelden. Ze staan inmiddels veertig jaar op de planken en hebben nog geen zin in uitbollen. Wel in tegendeel. Hun nieuwe album ‘Rats In The Temple’ is inmiddels hun zestiende (jawel!) en het komt er amper twee jaar na de voorganger ‘I Am The Weapon’. Ze zijn dus ook nog eens erg productief en dat zonder kwaliteitsverlies. Zanger Eric ‘A.K.’ Andrew Knutson en gitarist Michael ‘Mike’ Gilbert – beiden stonden ze aan de wieg van Flotsam And Jetsam – spreken nog steeds met veel vuur en vlam over een nieuwe plaat en over de toekomstplannen.
Als ik het goed heb, is dit jullie zeventiende release? Het is echter nog geen twee jaar geleden sinds jullie laatste. Hoe schrijf je in godsnaam dertien nieuwe songs in die tijd
Eric: ‘Ja, dat klopt, zeventien. Alleen tel je dan de heropname van ‘No Place For Disgrace’ erbij. Het zijn dus eigenlijk zestien volwaardige studioalbums. Mike en Steve (Conley, de gitarist, red.) zijn echte compositiemachines. Voor deze plaat hadden we nog wel tien extra nummers klaar en van de voorganger hadden we ook nog eens evenveel extra nummers in de schuif liggen. We gingen door die opgespaarde songs, selecteerden er de beste uit en vroegen Eric en Mike de nummers te herschrijven. Dat wil zeggen dat er nog nieuwe fragmenten aan toegevoegd zijn, andere vervangen, enzovoort. En ze kwamen met dertien fantastische composities op de proppen. Dat krijg je als je twee gitaristen hebt die constant aan het schrijven zijn. Het gros van de nummers op de nieuwe plaat zijn ook echt nieuw en zijn recent geschreven door Mike of Eric, maar er zitten inderdaad ook opgepoetste songs bij die we niet gebruikten op ons vorige album.’
De nummers op jullie nieuw en voorgaand album klokken allemaal af tussen de drie en vijf minuten. Het feit dat die zo kort zijn, zorgt er wel vaak voor dat die erg catchy zijn. Vroeger hadden jullie ook epische songs van acht à negen minuten, maar die tijd lijkt voorbij. Is dat een natuurlijk evolutie geweest of is dat een bewuste keuze?
Mike: ‘Die nummers van acht, negen minuten waren vroeger het resultaat van onze composities wanneer we allemaal samen in het repetitiehok aan het repeteren waren. We jamden dan samen en kwamen op die manier op coole ideeën, maar dat doen we niet meer. Ik weet eigenlijk niet of er nog veel bands zijn die op die manier muziek maken. Alles wordt nu verstuurd via e-mail. Een interessante riff sturen Steve en ikzelf zelfs niet zomaar door naar Eric. We maken er eerst een bijna volwaardig nummer van voor we het doorsturen. Maar dat kan erg snel gebeuren. Soms schrijven we een volledig nummer in één dag. Eric laat ons dan meestal onmiddellijk weten wat hij ervan vindt en meestal is dat direct duidelijk. Als hij ‘pffrrrt’ (hij maakt het geluid van een wind) terugschrijft, dan weten we meteen dat hij het maar niks vindt. Als hij het goed vindt sturen we het meteen door naar Ken, die arrangementen toevoegt.’
Gaat er een concept schuil achter de teksten?
Eric: ‘Niet echt. Elk nummer vertelt zijn eigen verhaal. ‘Rats In The Temple’ gaat over de demonen die in je hoofd rondspoken. Dat is de metafoor. In bijna elk nummer komt dan wel weer zo’n geest voor. Het gaat over de dingen in je leven die je niet wil of verwacht, maar waar je toch niet om heen kan. Er zit dus misschien wel een zeker thema in, maar dat was vooraf niet bewust de bedoeling. Ik weet niet waar mijn gedementeerde brein ergens zat toen ik de teksten schreef, maar het bleek dat Ken daarin ook meeging om samen de teksten te schrijven. Je zou echt diep moeten graven in die teksten om het thema overal te doorzien, want het was niet echt de bedoeling om een concept te hebben toen we ze schreven. Maar als je echt hard zoekt, zal je wellicht iets vinden in die aard.’
Een meer uitgebreide versie van dit artikel lees je in RT 241.