Updated 02/10/2026
KILLER: Waarom veranderen wat al vijftig jaar werkt?
Na bijna een halve eeuw komt er een einde aan het verhaal van Killer. De Belgische heavy metalpioniers brachten met ‘The Grand Finale’ hun allerlaatste studioalbum uit en nu volgt nog een uitgebreide Europese afscheidstournee met de Canadese culthelden van Anvil. Gitarist, zanger en oprichter Paul ‘Shorty’ Van Camp wordt dit jaar zeventig, maar wie naar de nieuwe plaat luistert, hoort allerminst een band die op zijn laatste benen loopt. Integendeel: ‘The Grand Finale’ klinkt gretig, energiek en opvallend rechttoe rechtaan. Rock Tribune sprak uitgebreid met Shorty over het afscheid, het nieuwe album, Lemmy, de Belgische metalgeschiedenis, de tour met Anvil en de vraag wat er overblijft wanneer Killer definitief van het podium verdwijnt.
Wanneer de eerste tonen van ‘The Grand Finale’ uit de speakers knallen, klinkt het alsof Killer energie heeft voor nog eens tien jaar. Waarom stoppen als het heilige vuur nog zo hard brandt?
‘Ik dacht er vorig jaar eigenlijk al aan om te stoppen. In 2025 hadden we onder meer nog op Heavy Sound in Poperinge gespeeld en stilaan begon ik het gevoel te krijgen dat de belangstelling minder werd. Van fans, organisatoren, platenfirma’s, … Ik had het idee dat het een beetje aan het doodbloeden was. Maar toen hebben we backstage kennisgemaakt met de jongens van Anvil. We bleken wederzijdse fans van elkaar te zijn en zij vroegen of we het zagen zitten om in 2026 mee te gaan op hun Europese tournee. Zoiets kan je natuurlijk moeilijk weigeren. Tegelijk kreeg ik veel mails van fans die reageerden op het idee dat we zouden stoppen. ‘Meen je dat nu? Ga je echt stoppen?’ Daardoor heb ik het nog even uitgesteld. We gaan nu zeker nog door tot na deze tour. Wat er daarna gebeurt, zal ook afhangen van mijn gezondheid en van de aanbiedingen die nog komen. Ik word ondertussen zeventig. De andere jongens zijn iets jonger, maar de jaren beginnen toch stilaan te tellen.’
‘The Grand Finale’ is officieel opgedragen aan Lemmy Kilmister. Hoe zorg je ervoor dat zo’n eerbetoon geen goedkope kopie wordt?
‘Die vraag heb ik echt al duizend keer gekregen (lacht). In de beginjaren van Killer was Motörhead natuurlijk een van onze grote voorbeelden. Tegelijk was de New Wave Of British Heavy Metal volop aan het opkomen. Als je jong bent en een band begint, vertrek je ergens vanuit je voorbeelden. Dat we met Motörhead vergeleken werden, was voor ons trouwens eerder een compliment dan een belediging. Dat had ook te maken met de ruwe zang van mijn toenmalige bassist. Zelf zong ik de meer melodieuze dingen. Dat is later geleidelijk veranderd omdat we andere dingen wilden doen. Toen Spooky niet meer in de band zat, ben ik jarenlang alles zelf blijven zingen. Maar voor deze laatste plaat wilde ik nog één keer helemaal terug naar de roots. Ik speel bovendien in een Motörhead-tributeband, Motorheadz. Daar hebben we vorig jaar nog mee op Alcatraz gestaan. De Nederlandse zanger Lloyd is eigenlijk een soort reïncarnatie van Lemmy, zowel qua sound als attitude. Ik dacht meteen: als ik op deze laatste Killer-plaat iemand als gast wil laten meezingen, dan is hij daar perfect voor. Lloyd zingt mee op ‘What You See Is What You Get’ en ‘Roll The Dice’. Het was tegelijk een mooie manier om terug te keren naar onze roots en de fans een plezier te doen. En voor sommige journalisten die altijd maar blijven zeggen dat wij de Belgische Motörhead zijn, is het misschien ook een manier om daar nog één keer met een knipoog op te reageren.’
Waarom is Anvil de perfecte partner voor een laatste tour?
‘Ik denk dat we heel veel gemeen hebben. Zij zijn ongeveer van dezelfde generatie en ook een trio, net zoals wij in het begin waren. We hebben dezelfde roots. Ik ga ons natuurlijk niet helemaal met Anvil vergelijken, want zij hebben altijd een trapje hoger gestaan. Zij kwamen uit Noord-Amerika en hadden daar veel meer mogelijkheden. Wij waren gewoon simpele ‘Belgskes’ en hebben het veel moeilijker gehad. Om het in voetbaltermen te zeggen: wij hebben altijd in tweede klasse gespeeld. We hebben nooit in de Eredivisie of de Champions League gespeeld. Anvil stootte ook niet echt door tot de absolute top, en dat verbindt ons ook wel een beetje. We hebben een vergelijkbare route afgelegd, dezelfde vrolijke momenten meegemaakt en ook dezelfde miserie. En we zijn bovendien fans van elkaar. Ik denk dat we voor clubs, zalen en fans een perfecte combinatie zijn.’
Een meer uitgebreide versie van dit artikel lees je in RT 242.