Updated 20/10/2026
THE OCEAN: Op zoek naar buitenaardse intelligentie
We kunnen niet klagen over de muziek die dit jaar al is verschenen. Eén van de sterkste en meest diverse releases kwam onlangs aanwaaien van bij onze oosterburen. Nu heeft The Ocean al wel meer straffe platen uitgebracht in het verleden, maar zelden greep er één ons zo aan als hun nieuwe werkstuk ‘Solaris’. Een post-metal-meesterwerk dat zo gelaagd is dat je er na -tig keren luisteren nog steeds nieuwe elementen in ontdekt, precies zoals we het graag zien. Opperhoofd Robin Staps maakte tijd voor een babbel die uiteindelijk meer dan een uur zou duren.
Vorig jaar overschreed The Ocean de kaap van jullie 25-jarige bestaan. De band heeft in die tijd een indrukwekkend pad afgelegd en draait al even mee aan de top van de post metalscene. Ben je zelf tevreden met wat je in die kwart eeuw hebt bereikt?
‘Goede vraag. Ik ben best wel tevreden met waar we als band staan. Als muzikant was het een wilde rit en ik ben enorm tevreden met de keuzes die ik gemaakt heb. Niet iedereen slaagt erin om van muziek zijn bestaanswijze te maken en ik voel me bevoorrecht dat ik dagelijks kan doen wat ik graag doe, zonder compromissen te sluiten of er een job bij te moeten nemen om mijn rekeningen te betalen. Op dat vlak kan ik natuurlijk niet nog meer tevreden zijn, ik had me geen beter leven kunnen voorstellen!’
Vanuit creatief standpunt heeft de aanpak van The Ocean zeker gewerkt. Geen twee albums klinken hetzelfde en zelfs bij een stabiele line-up werkte je altijd met gastmuzikanten in de studio. Als muzikant moet het erg inspirerend en leerrijk zijn om met totaal andere mensen te kunnen werken.
‘Dat is net het mooie eraan. Je werkt met getalenteerde muzikanten samen die een eigen aanpak hebben waaruit je veel kan opsteken. Daar komen bij mij ook weer nieuwe ideeën uit voort en dat maakt mijn stelling over losse samenwerkingen buiten je comfortzone des te vastberadener. Ik zal dus steeds beroep blijven doen op gasten buiten onze kernbezetting op gitaar, bas en drums. Zo zijn er toetsenisten Thorsten Quaeschning van Tangerine Dream en Orestis Zafiriou van de Nederlands-Griekse band Playgrounded, en trombonespeler Simen Eifring. Ik leerde hen allen kennen de afgelopen paar jaar en na veel ideeën met hen te hebben uitgewisseld, kwam ik bij ‘Solaris’ uit.’
Thematisch lijk je ook een pagina te hebben omgeslagen. Jarenlang werkte je rond een concept waarin de grote geologische era’s van de Aarde centraal stonden. Week je daarvan af, dan kwam je nog steeds op grote thema’s met connectie aan onze planeet terug: in ‘Pelagial’ zocht je de verpletterende druk van de oceanen op, terwijl ‘Heliocentric’ en ‘Anthropocentric’ draaiden rond wie er nu centraal staat in dit universum. Is er iets in die grootsheid dat je specifiek aantrekt?
‘Daar ben ik niet helemaal uit voor mezelf, maar deze thema’s trokken me altijd al aan en de onderlinge variatie is groot. Op de ‘-centric’-platen stelde ik de erfenis van het christendom centraal, met de vraag of de aarde dan wel de zon nu centraal stond in ons stelsel. Een paar honderd jaar geleden kon je voor je visie nog op de brandstapel belanden, dus werd het een erg filosofisch paar platen. Maar dat is eigenlijk zelfs het geval voor onze paleontologische platen als ‘Precambrian’ en ‘Phanerozoic’: ze gaan helemaal niet over rotsen en geologie, maar behandelen filosofische thema’s als het eeuwig terugkeren van bepaalde dingen. Gek genoeg is ons nieuwe album ‘Solaris’ nog het meest verbonden met ‘Pelagial’! Beide zijn namelijk gebaseerd op films van Andrei Tarkovsky, een Russische filmmaker waar ik dol op ben. ‘Pelagial’ uit 1979 beschrijft een reis vanaf het oppervlakte naar de diepten van de zee, maar wij doken daarmee ook de diepten van de menselijke geest in. Ook ‘Solaris’ is een Tarkovsky-film, eentje uit 1972, waarbij we in de ‘ruimte-oceaan’ duiken. Men gaat op zoek naar buitenaardse intelligentie en de onderzoekers worden erdoor gemanipuleerd en met trauma’s uit hun verleden geconfronteerd. Net als alle Tarkovsky-films is het een erg introspectief verhaal waar ik veel inspiratie uit putte.’
Een meer uitgebreide versie van dit artikel lees je in RT 242.