Updated 25/09/2026
AIRBOURNE: Alles echt
Zeven jaar. Zo lang moesten de fans wachten op een nieuwe Airbourne-plaat. Een eeuwigheid voor een band die zijn reputatie bouwde op onafgebroken touren, zweterige clubs en een compromisloze liefde voor klassieke hardrock. Maar ‘Airbourne’, het zesde studioalbum van de Australiërs, moest méér worden dan zomaar de opvolger van ‘Boneshaker’. Het moest de ultieme samenvatting worden van alles waar de band sinds haar ontstaan voor staat. Om dat te bewerkstelligen doken de broers Joel en Ryan O'Keeffe diep de Australische jungle in, namen ze op met de legendarische Neve-console van Malcolm Young en werkten ze opnieuw samen met producers en technici die hen al jarenlang begeleiden. Het resultaat is een plaat die tegelijk ouderwets én verrassend modern klinkt.
Nog voor de eerste vraag gesteld is, vliegen de grappen al over en weer. Beide broers vallen elkaar ook voortdurend in de rede, maar staan duidelijk schouder aan schouder achter hun band. Het is dezelfde dynamiek die Airbourne al meer dan twintig jaar kenmerkt: de ene ernstig en bedachtzaam, de andere droog en gevat, maar allebei met dezelfde ontembare liefde voor rock-'n-roll. Dat de nieuwe plaat uiteindelijk zeven jaar op zich liet wachten, was niet de bedoeling. De coronapandemie gooide ook in Australië roet in het eten. ‘Wij zaten zowat het langst van de hele wereld opgesloten’, zegt Ryan. ‘Rock-'n-roll maken via Zoom? Dat lukt nu eenmaal niet.’
Achteraf bekeken bleek die gedwongen pauze misschien wel een onverwacht cadeau. Waar Airbourne vroeger tussen twee tournees door een album schreef, kreeg de band nu eindelijk de luxe om werkelijk elk idee uit te pluizen. Joel glimlacht wanneer hij eraan terugdenkt. ‘We hebben letterlijk élke dag geschreven. Niet zomaar een paar maanden, maar jarenlang. Sommige riffs zijn gloednieuw, andere ideeën vonden we terug op oude cassettebandjes uit de beginperiode van de band. We trokken alles open. Als er ergens nog een goed idee lag te verstoffen, dan moest het mee op deze plaat.’ Dat verklaart meteen waarom de groep voor het eerst kiest voor een titelloos album. ‘Dit voelde gewoon als dé Airbourne-plaat’, gaat Joel verder. ‘Niet omdat we vroeger minder hard werkten, maar omdat werkelijk alles wat we als band zijn in deze songs terechtgekomen is.’
Hoewel de opnames uiteindelijk bijna een jaar duurden, begon alles in Music Farm Studios in Byron Bay, midden in de Australische natuur. Geen steriele hightechomgeving, maar een studio waar tijdens de sessies zelfs de stroom uitviel door zware stormen. Music Farm beschikt over de legendarische Neve-mengtafel uit Alberts Studio One, de studio waar AC/DC talloze klassiekers opnam. Voor Airbourne draaide die keuze echter niet om nostalgie. Ryan wordt plots opvallend ernstig. ‘Tijdens de pandemie veranderde de wereld razendsnel. AI, ChatGPT, ... ineens leek alles digitaal te moeten. Maar wij wilden precies het tegenovergestelde doen. Alles echt inspelen. Alles echt zingen. Geen trucs.’
Joel knikt: ‘De manier waarop geluid op tape wordt vastgelegd, blijft uniek. Christopher Nolan blijft ook films draaien op pellicule. Niet omdat hij terug wil naar vroeger, maar omdat film nog altijd de mooiste manier is om licht vast te leggen. Zo wilden wij ook geluid vastleggen.’
Een meer uitgebreide versie van dit artikel lees je in RT 241.