... / Story's / Markant / DØDHEIMSGARD: Zoektocht naar het onbekende
Markant

Updated 08/05/2023

Markant

DØDHEIMSGARD: Zoektocht naar het onbekende

Het Noorse Dødheimsgard had het lef om in volle black metalpopulariteit een onaards vreemde plaat te maken die op heel wat onbegrip mocht rekenen. Velen zouden later toegeven dat deze zet het genre mee hielp evolueren. In het midden van dit alles stond Vicotnik, die als standvastige kapitein het roer bediende in de meest woelige wateren. Toen we onlangs overrompeld werden door het geniale nieuwe Dødheimsgard-album ‘Black Medium Current’, was een connectie met Noorwegen snel geregeld.

Vicotnik, is het veilig om te stellen dat jij Dødheimsgard bént? Tenslotte ben jij de enige die resteert van de originele bezetting en je schrijft ook de meeste muziek.

‘Goh, dat is een moeilijke. Dit is zeker en vast een band en ik wil dus zeker niet als ‘bandbaas’ genoemd worden, want dat komt zo onvolwassen over. Maar daar staat inderdaad tegenover dat ik Dødheimsgard al sinds 1994 draaiende houd en het op die manier dus wel degelijk als ‘mijn schip’ kan zien. De ideeën voor de songs komen ook grotendeels van mij, maar uiteindelijk werken we ze samen uit tot songs. Op tournee wordt dat bandgevoel nog veel sterker, hoe de situatie op compositorisch vlak er ook voor staat. Bovendien moedig ik de anderen ook aan om hun eigen toets toe te voegen aan de songs en wanneer we nieuwe songs uitproberen in de studio, staan ze ook steeds klaar met ideeën die echt inhoud toevoegen.’

DHG © Ole Martin Halvorsen & Pudder Agency

Heb je er ooit spijt van gehad dat je op ‘666 International’ in één keer zo’n grote switch maakte in plaats van de fans gaandeweg te laten wennen aan jullie evolutie?

‘Al in 1997 voelde ik dat de black metalscene aan het verworden was tot alles wat het genre aanvankelijk haatte. Alles werd conform, alle logo’s en bandfoto’s zagen er hetzelfde uit, de platen gingen allemaal identiek klinken. Het voelde allemaal veel te conservatief aan, dus voelde ik de passie om alle regels weer open te breken. En indien dat me zou vervreemden van onze eigen fanbasis, dan kon ik daarmee leven.’

Ik ben blij dat jij en anderen het lef hadden om dat patroon te doorbreken, want dat hele ‘trve’-gedoe werd tenslotte zo kinderachtig…

‘Het is enorm repetitief en zelfs nu zijn er bands die herhalen wat wij al decennia geleden deden, in plaats van hun eigen ding te doen. Ik mis de dadendrang in de extreme metalscene, nostalgie speelt een te grote rol in onze muziekstijl en zodoende mis ik een zekere groei. We houden te hard vast aan de dingen van vroeger en er heerst soms een haast religieus conformisme, dus hoop ik dat er weer eens jongeren opduiken die geen zak om tradities geven en hun eigen stijl ontwikkelen, met eigen festivals en alles erop en eraan. Niet dat er geen herkenbare elementen in mogen zitten, want dat kan gerust. En oké, de meeste zaken binnen alle genres lijken wel uitgeprobeerd te zijn, maar door kruisbestuivingen van verschillende genres moet het toch mogelijk zijn om vernieuwend te blijven en de drang naar nostalgie te vermijden. Maar nee, liever een zoveelste thrash of old school-death metalbandje oprichten en in een vorm van re-enactment belanden… Die cirkel moet doorbroken worden om verder te kunnen. Misschien ligt onze hoop voor de toekomst in landen als Indonesië, Iran of Indië, waar het leven je nog echte problemen bezorgt en waar mensen muziek gaan maken uit passie, helemaal vrij van enig businessmodel. Het gaat hen niet om platendeals en festivals, ze willen gewoonweg hun ding doen, ook al moeten ze het haast clandestien doen omdat de maatschappij hen anders straft. Wie weet ligt daar ‘de nieuwe black metal’.’

Een meer uitgebreide versie van dit artikel lees je in RT 215.