Updated 06/08/2026
LALU
A Mythmaker’s Demise
De Franse componist en toetsenist Vivien Lalu heeft de gewoonte om regelmatig aan de bezetting van zijn project te sleutelen. Soms trommelt hij een hele reeks muzikanten op, dan weer doet hij een beroep op een grote naam uit het circuit, zoals Damian Wilson. Voor zijn vierde album keert hij terug naar de zanger van het eerste uur Martin LeMar en drumlegende Simon Phillips. Ook zijn vaste partner in crime, Joop Wolters, tekent present op gitaar en bas. De stevige progressieve metal uit de beginjaren heeft intussen plaatsgemaakt voor moderne, progressieve rock met complexe, maar tegelijk toegankelijke songstructuren. Misschien klinkt het geheel iets minder progressief en iets meer mainstream dan vroeger, al zijn er nog voldoende knipogen naar het verleden. Zo opent het album met moderne neoprog, gedragen door subtiele synthesizer- en pianoklanken, terwijl de stem van LeMar raakvlakken vertoont met die van Damian Wilson en Geoff Tate. Het instrumentale ‘Macayama’ bevat een riff die aan Toto doet denken, maar de melodieuze gitaarpartijen en de toetsensolo van gastmuzikant Jens Johansson (Stratovarius) illustreren vooral Vivien Lalu's fascinatie voor Yes. Met ‘Learning To Fly’ worden Genesis en, bij uitbreiding, Marillion in stelling gebracht, terwijl ook Peter Gabriel en David Bowie vocaal als invloeden herkenbaar zijn. De algemene sfeer van het album is eerder ingetogen, maar de composities zijn rijk gelaagd zonder te vervallen in nodeloos technisch vertoon. Het afsluitende nummer is bijzonder sereen en wordt emotioneel vertolkt, met de onvermijdelijke toetsen als belangrijkste ondersteuning. Ook de productie verdient een pluim. Het album werd grotendeels live in de studio opgenomen, volledig in de geest van het concept, waarin de invloed van artificiële intelligentie op de muziekindustrie kritisch wordt bekeken.